Wijs met repertoire - boekje
Luisteren - kiezen - spelen
Heleen Huijnen
Joop Boerstoel
Voorwoord
Samen muziek maken is fantastisch! Dat ervaren we allemaal in onze orkestpraktijk. Tijdens projecten, repetities en uitvoeringen blijkt steeds weer hoe belangrijk het is om ‘goed’ repertoire uit te kiezen. Maar wat is goede muziek of het juiste repertoire? Daarover bestaat weinig zekerheid!
Eén ding is wél zeker: publiek, muzikanten en dirigenten zijn het soms hartgrondig oneens over welke muziek zij goed of slecht vinden en wat bij hen in de smaak valt en wat niet. Dat komt door de ‘ruimte’ die muziek biedt aan luisteraars en muzikanten – een essentiële kwaliteit, én voer voor discussie! Onze mening kan bovendien veranderen naarmate we meer ervaren hebben wat er ín en mét bepaalde muziek ‘aan de hand’ is!
Veel mensen gaan af op hun gevoel en beleving: als een muziekstuk, song of nummer lekker klinkt en goed voelt, is het voor hen een ‘goed’ muziekstuk. Anderen vormen hun mening aan de hand van specifieke componenten van muziek: denk aan de melodie, het ritme, de harmonie, de tekst, de vorm, de instrumentatie, het karakter, de stemming of de stijl. Of ze stellen zichzelf vragen als: Hoe is het om deze muziek te spelen? Geeft het speelplezier? Spreekt het de verbeeldingskracht aan?
Het is de verantwoordelijkheid van de dirigent om, samen met het orkest, muziek te kiezen die bijdraagt aan de ontwikkeling van het orkest en het publiek weet te raken. Dat kan alleen als de muzikanten zelf de muziek dragen, en als zij met plezier en overtuiging spelen tijdens inspirerende repetities en uitvoeringen.
Hoe kunnen muzikanten actief meedenken over de repertoirekeuzes van hun orkest? Hoe krijgen zij inzicht in het woud van uitgeverijen, niveaus, componisten, tradities, muziekstukken? Welke kennis is handig – of zelfs nodig – om muzikaal enthousiasme om te zetten in geschikt repertoire voor het eigen orkest? Hoe kunnen muzikanten hun ervaringen en inzichten delen, zodat zij elkaar inspireren en versterken, binnen het eigen orkest en daarbuiten? Een enthousiaste muziekcommissie, goede onderlinge samenwerking en de juiste tools zijn daarbij belangrijke voorwaarden.
Dit boekje is zo’n handige ‘tool’. Heleen Huijnen en Joop Boerstoel faciliteren hiermee de betrokkenheid van muzikanten. Het boekje biedt handvatten en ideeën om samen een sterker muzikaal fundament te leggen en te bouwen aan een mooi orkest, geslaagde concerten en een betrokken publiek!
We hopen dat deze publicatie een inspiratiebron is voor iedereen die met hart en ziel betrokken is bij een of meer (blaas)orkesten. Samen kunnen we blijven groeien, ontdekken en vooral: muziek maken die ons allemaal raakt.
Veel leesplezier, veel muziekplezier!
Jan van den Eijnden en Will Veraa
Keuzemenu
Introductie
“ Like the audience, the musicians need a balanced diet of repertory, challenges to stimulate theircreativity, and new pieces to keep them fresh. A good mixture of pieces is healthy for an orchestraand raises its standard. ”
- Christopher Seaman
Inleiding
Zoals de houding van luisteraars over muziek verandert naarmate zij meer weten of meer ervaring hebben, zo geldt dat ook voor de mensen aan de andere kant van de lessenaar. Musici in amateurorkesten zijn vaak weken tot maanden bezig om de muziek voor een uitvoering in te studeren. Het kost tijd om muziek goed tot je te nemen, en dat vereist motivatie over een langere periode. Als amateurmusici muziek (te lang) niet mooi vinden, dan kan dat hun spelplezier beïnvloeden. Het is belangrijk om te weten wat je speelt, waarom je het speelt en hoe het aansluit bij de rest van het programma. Het proces van de muziekkeuze en repetitie weegt daarom even zwaar als het resultaat op de uitvoering.
Met dit boekje willen we het kiezen van repertoire een bewust(er) proces maken, om zo te komen tot een grotere diversiteit in de gespeelde muziek. Het boekje is geschikt voor mensen die net beginnen met repertoire zoeken en kiezen én voor ervaren muziekcommissieleden die op zoek zijn naar nieuwe inzichten of die mede-muziekcommissieleden willen helpen op stoom te komen.
Dit boekje geeft geen recept voor goed repertoire voor je orkest of voor een goed samengesteld programma. Wel zetten we een aantal zaken op een rij die je helpen bij het uitzoeken van repertoire. Welke kennis heb je nodig? Waar haal je die kennis vandaan? Welke vaardigheden zijn belangrijk? Hoe doe je die op of verbeter je die? Daarvoor vind je in dit boekje tips, notitiebladen en checklists.
Om kennis en vaardigheden op te bouwen moet je iets vooral ook veel doen. Een aantal tips en notitiebladen zijn daarom gericht op jezelf en het verbeteren van je eigen kennis of vaardigheden. Andere zijn gericht op de muziekcommissie of het orkest. En tot slot zijn er praktische tips, notitiebladen en checklists die je direct kunt inzetten voor een specifiek concert, vanaf de eerste longlist van muziekwerken tot de punten waar je aan kan denken voor een programmaboekje.
Waarom zou je met je orkestleden en dirigent samen de muziek uitzoeken?
• Het zorgt voor een grotere betrokkenheid van de orkestleden;
• De orkestleden leren over repertoire en de aspecten die van belang zijn voor het maken van een concertprogramma. Dit verbreedt de muzikale kennis en vaardigheden van de musici;
• Orkestleden, muziekcommissieleden en de dirigent krijgen meer begrip voor elkaar, voor het gekozen repertoire en voor de gemaakte keuzes. Musici maken meestal keuzes op basis van persoonlijke voorkeuren of ervaringen, karaktertrekken, of misschien wel puur op basis van de eigen partij. Als dirigent leer je je orkestleden daardoor beter kennen.
Waarom zou je notitiebladen invullen en checklists nalopen?
Experts maken de beslissingen over repertoire vaak in hun hoofd. Daarbij zullen ze, soms onbewust, de aspecten nalopen die genoemd staan in de notitiebladen in dit boekje. Zo’n blad invullen lijkt dan onnodig. Het is dan ook prima om de notitiebladen alleen als check of inspiratie te gebruiken.
Voor minder ervaren mensen die graag willen leren om repertoire uit te zoeken, zijn de notitiebladen en checklists een handig hulpmiddel om alle keuzes een plek te geven. En als je een notitieblad met meerdere mensen invult, helpt het om op een lijn te komen of juist nieuwe zienswijzen te ontdekken en te verhelderen.
Hoe gebruik je dit boekje?
Je kunt dit boekje van voor tot achter doornemen en gebruiken. Of niet. Wij moedigen je aan om het vooral te gebruiken op een manier die werkt voor jou. Bijvoorbeeld door alleen de onderdelen te gebruiken (of te downloaden van onze website) die je nu nodig hebt. Je kunt elk hoofdstuk los lezen en toepassen. Achter in dit boekje vind je alle notitiebladen en checklists om een seizoen met je orkest te regelen.
Op onze website vind je verdieping of verbreding met hand-outs en met verwijzingen naar internetbronnen die je verder helpen of meer detailinformatie geven. Ook kun je er alle checklists en notitiebladen downloaden.
Repertoirekennis opbouwen
“ Wat men moet leren te doen, leert men door het te doen.”
- Aristoteles
Inleiding
Hoe beter en breder je repertoirekennis, hoe makkelijker het is om muziekstukken te selecteren voor je orkest. Met een grotere repertoirekennis heb je meer ‘haakjes’ om nieuwe werken aan op te hangen. Luister je naar een nieuw werk of een nieuwe componist, dan blijft de muziek beter hangen en kun je het stuk makkelijker beoordelen.
Repertoirekennis bouw je op door veel muziek te luisteren, via opnames en concerten. De volgende vragen spelen een rol: Welke componisten zijn er? Wat voor muziekwerken zijn er? Wat valt bij jou in de smaak? Welke genres vind je mooi?
Bij dit hoofdstuk hoort een notitieblad waarmee je je gedachtes tijdens het luisteren kan noteren. Dit helpt om je conclusies beter te onthouden. Zo breid je je repertoirekennis stap voor stap uit.
Waarom wil je repertoirekennis opbouwen?
• Je plaatst nieuwe muziekstukken makkelijker in een groter geheel;
• Je ontwikkelt je basiskennis en een positief kritische houding richting de muziek die je hoort;
• Je vergroot je klankkleurenpalet;
• Je leert luisteren ‘met andere oren’;
• Je neemt anderen mee in je overwegingen en kunt hen positief prikkelen;
• Je bent bewuster bezig met de muziek die je hoort, waardoor je makkelijker een longlist samenstelt voor je concert of orkest;
• Je leert componisten kennen en ontdekt hun signatuur of stijl;
• Je vergroot je eigen spelplezier;
• Je krijgt een bredere blik op muziek en de mogelijkheden voor jou en je orkest;
• Je leert over verschillende muziekstijlen en ontwikkelingen en legt makkelijker verbanden;
• Je ontdekt meer over muziek en leert meerdere aspecten kennen, waardoor je anders gaat luisteren. Hoe meer je over muziek weet, hoe meer je ervan kan genieten.
Aan de slag
Muziek luisteren
Repertoirekennis bouw je vooral op door veel en actief met muziek bezig
te zijn. Bezoek dus geregeld concerten. Luister veel naar muziek, ook naar verschillende genres. Luister naar verschillende uitvoeringen van hetzelfde muziekwerk en naar verschillende arrangementen, als die er zijn. Wat vind
je van een uitvoering? Wat vind je het van het arrangement? Door je dat af te vragen maak je onderscheid tussen de uitvoering (of het arrangement) en de compositie op zichzelf. Een uitvoering zegt niet altijd alles over de compositie.
Lijstjes bijhouden
Maak lijstjes, om jezelf te helpen je eigen smaak te ontwikkelen. En om dingen die je mooi vindt te onthouden, zodat je ze op een gepast moment in de toekomst kunt gebruiken. Denk aan lijstjes van:
• Muziekstukken per karakter / stemming / stijl (zie het notitieblad Repertoirewensen);
• Thema’s (zie de hand-out Themalijst);
• Muziekstijlen en -genres (zie de hand-out Lijst muziekstijlen en -genres);
• Componisten;
• Verzoeknummers en aanbevelingen van leden uit het orkest (zie het notitieblad Repertoirewensen).
Partituur meelezen
Het is verstandig om bij het luisteren naar muziekwerken af en toe een partituur erbij te pakken om mee te lezen. De beleving is vaak anders als je ook de bladmuziek voor je ziet. Bovendien train je op deze manier spelenderwijs het lezen van een partituur.
In het volgende hoofdstuk Partituur lezen en instrumentenkennis gaan we dieper in op het lezen van partituren. In dit hoofdstuk en ook in het hoofdstuk Van longlist naar shortlist vertellen we ook waar je in een partituur op kunt letten voor een globale analyse.
Verdieping en verder lezen
Op onze website vind je linkjes naar meer theoretische uitleg over zowel de basiselementen van muziek als muziekanalyse. Daarnaast vind je linkjes naar plekken om inspiratie op te doen voor repertoire dat je kunt luisteren.
Hoe gebruik je het notitieblad Repertoirekennis opbouwen?
Praktisch
In het notitieblad is hier ruimte gereserveerd om praktische informatie van het muziekwerk en de geluisterde uitvoering te noteren.
Emoties en associaties
Hier is ruimte gereserveerd om in een vrije vorm aan te geven wat de muziek met je doet, op verschillende, losse momenten in het stuk. Welke emoties roept de muziek bij je op? Waar moet je aan denken tijdens het luisteren? Zie dit blok als een soort luisteraantekeningen voor je recensie.
Maak er bijvoorbeeld een tekening bij, concreet, abstract of gebruik emoji’s. Gebruik vormen of donkere en lichte kleuren om energie of emotie van de muziek aan te geven. In het hoofdstuk Van Longlist naar Shortlist lees je meer over hoe je energie kunt vangen in een tekening.
Je kunt ook de muziek omschrijven in creatieve, associatieve, losse termen. Ideeën voor deze woorden om een emotie of sfeer uit te drukken vind je in de hand-out Associatieve Woordenlijst.
Recensie
Schrijf je eigen recensie over het gehele muziekstuk. Gebruik je eigen woorden. De onderstaande vragen kunnen hierbij helpen:
• Bij welke thema’s past deze muziek?
• Wat doet deze muziek met je? Wat voel je?
• Waar gaat je aandacht heen?
• Wat is de intentie van de componist?
• Herken je de stijl van de componist in dit werk? Of herken je het idioom
• van andere componisten of muziekwerken? Zo ja, welke?
• Raakt deze uitvoering je? Waarom wel of niet?
Compositiekarakteristiek
Op basis van onderstaande punten kun je de compositie evalueren. In dit lijstje is rechts niet beter dan links of andersom. In een interessant, gevarieerd programma gaat onbekende, ingewikkelde of zelfs gekunstelde muziek goed samen met eenvoudige of herkenbare, makkelijk luisterbare stukken.
Gemoedelijk / Gemakkelijk ↔ Avontuurlijk
Moet je je aandacht erbij houden om het stuk te kunnen volgen, of luistert het lekker weg?
Uniek ↔ Stereotype / herkenbaar idioom
Is dit stuk origineel, vergeleken met andere stukken? Gebruikt de componist een bijzonder idioom of verwerkt diegene unieke ideeën?
Natuurlijk / authentiek ↔ Gekunsteld / artistiek
Voelen de melodielijnen en overgangen natuurlijk en authentiek aan? Of zijn ze gekunsteld en zeer artistiek?
Abstract ↔ Verhalend / programmatisch
Vertelt het muziekstuk een verhaal? Is het misschien op een bestaand verhaal gebaseerd? Of is het stuk meer abstract?
Ideeënrijkdom / fantasievol thema ↔ herhalend / voorspelbaar
Als je het stuk op zichzelf neemt, bevat het dan veel verschillende ideeën? Hoor je bijvoorbeeld variaties van eenzelfde melodie, of veel verschillende melodieën? Bevat het stuk een thema dat de componist fantasievol gebruikt? Of keert het thema voorspelbaar terug, bijvoorbeeld alleen in een andere toonsoort (modulatie) of ritmische zetting?
Onderhoudend / boeiend ↔ Eentonig
Boeit de compositie en sleept hij je mee? Of gaat de muziek het ene oor in en het andere weer uit?
Voelt lang aan ↔ Voelt kort aan
Voelt het muziekstuk lang of kort aan, vergeleken met de tijd die de uitvoering duurt?
Hoe gebruik je het notitieblad Repertoirewensen - basis?
Dit blad is bedoeld voor het bijhouden van een longlist. Je kunt het ook gebruiken om bij je muziekcommissie of bij je orkestleden repertoirewensen op te halen. Zoek je de juiste term voor de muziekstijl? Bekijk dan de hand-out Lijst muziekstijlen en -genres op de website. Daar vind je ook een uitgebreide versie van het notitieblad Repertoirewensen, waarop je meer informatie per muziekwerk kunt noteren. Dat notitieblad is vooral handig voor leden van de muziekcommissie.
Partituur lezen en instrumentenkennis
Frederick Fennell used to describe his ‘living room floor’ period of score preparation during which he would spread all the individual parts out across the floor, especially for works that did not include a full score, and then study them individually.
- Frederick Fennell
Inleiding
Bij het bepalen of een muziekwerk een goede keuze is voor je orkest, is de partituur een goed startpunt. Die biedt inzicht in de bezetting en in de hoeveelheid die ieder orkestlid in het stuk zal spelen. Ook kun je hiermee begrip krijgen voor de niveau-aanduiding. Een partituur bestaat uit meer dan muzieknoten. Je vindt er tekst, zoals de titel, een beschrijving en de componist. Daarnaast staan rondom de noten tempoaanduidingen en andere muzikale aanwijzingen. Zonder naar de noten te kijken, kun je dus al aardig wat informatie uit een partituur halen.
Kijk je vervolgens wel naar de noten, dan kun je bij je eigen partij beginnen. Toch is dit meestal niet de leidraad voor de hele partituur, maar slechts een van de puzzelstukjes. Alleen met de puzzelstukjes van alle andere muzikanten maak je het plaatje compleet. Om die stukjes te begrijpen en de partituur goed te kunnen lezen, heb je dus wat instrumentenkennis nodig.
Waarom wil je een partituur lezen en instrumentenkennis hebben?
Er zijn een aantal redenen waarom je een partituur wil lezen en instrumentenkennis wil hebben:
- Je krijgt inzicht in de bezetting: heeft iedere sectie of partij voldoende aandeel en biedt dit stuk iedereen voldoende uitdaging? Als je dit weet, kun je de balans over het hele concertprogramma beter in de gaten houden;
- Je krijgt een completer beeld van de moeilijkheidsgraad van het muziekwerk;
- Je krijgt een beter beeld van de conditie die het stuk van orkestleden vraagt en van de belasting van de diverse instrumenten;
- Je krijgt meer begrip voor de keuze van de dirigent: waarom past een muziekstuk wel of juist niet bij je orkest?
- Je krijgt meer gevoel bij de muzikale context van de verschillende instrumenten en bij hun mengklanken. Is dit stuk een deel tutti? Of heeft ieder orkestlid z’n eigen functie? En wat is die functie dan?
- Je hebt een zekere basis van instrumentenkennis nodig om een partituur te kunnen lezen;
- Leuke bijvangst: als je de partituur leest, kun je meer geïnformeerd de repetitie bijwonen. Dat maakt repetities leuker, omdat je naast je eigen partij de muziek van het hele orkest sneller leert kennen. Daarmee train, begrijp en hoor je sneller wat andere muzikanten spelen. En de functie van je eigen muzikale lijn en partij, en die van je sectie, wordt sneller duidelijk.
Aan de slag
Beginnen met partituur lezen
Partituur lezen leer je vooral door het veel te doen. Als je een muziekwerk luistert, neem dan de partituur erbij en lees mee. Maar: lees niet meteen alles. Voordat je de muziek aanzet om te luisteren, bekijk je eerst de partituur globaal. Daarna lees je de teksten en andere kenmerken:
- Is de tijdsduur van het werk bekend (deze staat soms ook vermeld op de partituur)?
- Is er een inleiding over de componist en/of het werk opgenomen?
- Is het werk aan iemand opgedragen? Of is het werk in opdracht geschreven? Wie was de opdrachtgever?
- Wie is de componist? Staan er jaartallen over de componist vermeld? Of over de compositie? Staat er een opusnummer vermeld?
- Bij een arrangement: wie is de arrangeur? Wanneer is dit arrangement geschreven?
- Bekijk of het een fullscore is of een condensed score of piano score.
Een piano score komt steeds minder voor. Meer uitleg hierover vind je verderop bij Full of condensed score? - Wat is de bezetting?
- Bekijk of de partijen al dan niet getransponeerd zijn. Zie ook verderop, bij Transponerende instrumenten.
Partituur lezen en instrumentenkennis
Als je dan de muziek aanzet en de noten gaat meelezen, begin je eenvoudig en bouw je dit op:
- Begin met het volgen van één lijn of één partij (bijvoorbeeld de 1e violen bij een symfonisch werk of de 1e klarinetten en/of fluiten, gevolgd door de 1e trompet bij een blaasorkest);
- Vervolgens doe je hetzelfde maar dan kijk je naar meerdere partijen die dezelfde lijnen hebben;
- Neem vervolgens een baspartij erbij. Dan slagwerk;
- Bekijk daarna een systeem (bijvoorbeeld de saxofoongroep);
- Vervolgens de bovenste helft van de partituur;
- Dan de onderste helft van de partituur;
- En tenslotte de hele partituur.
Opbouw van een partituur
Een partituur heeft bijna altijd eenzelfde opbouw, afhankelijk van de bezetting (en de uitgever). Het is handig om hierover enige kennis te hebben voor je eigen orkestbezetting. De basislayout van de partituur vind je in de partituur op de eerste pagina met noten. Daar staan alle instrumenten benoemd.
Op onze website vind je de hand-outs Basislayout van de partituur voor elke orkestvorm. De indeling is over het algemeen als volgt:
Instrumentgroepen staan bij elkaar, bijvoorbeeld voor een harmonie-orkest:
- hoog hout en dubbelriet
- klarinettenkoor
- saxofoongroep
- koper
- slagwerk
De instrumentgroepen zijn ingedeeld van hoog naar laag.
Transponerende instrumenten
Transponeren is het verplaatsen van een melodie of akkoordenschema naar een andere toonsoort. Je kunt zo een compleet muziekstuk een paar noten hoger of lager zetten. Dit komt bijvoorbeeld van pas wanneer de toonsoort niet lekker ligt voor een zanger of zangeres.
Daarnaast is transponeren soms nodig om met verschillende instrumenten samen te kunnen spelen, want er is een verschil tussen klinkende en transponerende instrumenten. Klinkende instrumenten zijn bijvoorbeeld de dwarsfluit, fagot en viool. Speel je op deze instrumenten de noot C, dan klinkt er ook een C. Daar komt het begrip ‘C-klinkend’ vandaan. Er wordt steeds naar deze C gerefereerd.
Voorbeelden van transponerende instrumenten zijn de saxofoon, klarinet en hoorn. Die klinken anders dan wat er geschreven staat. Transponerende instrumenten bestaan doordat binnen een familie van instrumenten verschillende afmetingen bestaan, zoals bij de saxofoons. Omdat de notatie van de noot is gekoppeld aan een greep en niet aan de klank, kan een saxofonist alle saxofoons bespelen. De componist en/of de arrangeur houden er dus rekening mee dat de geschreven noot op het ene instrument hoger klinkt dan op het andere instrument uit de familie.
In de basislayout van de partituur staat welke instrumenten transponerend zijn. Bij instrumenten in C staat er niets bij. Bij andere regels staat bijvoorbeeld:
- B♭ klarinet
- E♭ altsaxofoon
- F hoorn
- E♭ Bas
Als gevolg hiervan zie je vaak ook de verschillende voortekens aan de sleutel. Maar let op: het komt ook voor dat de partijen wél zijn getransponeerd, maar dat je dat alleen terugziet in toevallige voortekens. Ten slotte zijn sommige partituren een zogenaamde ‘Score in C’. Alle partijen staan dan klinkend in de partituur.
Zie de hand-outs Instrumentenkennis op onze website voor een overzicht van transponerende instrumenten per orkestvorm.
Bereik van een instrument
Elk instrument heeft een theoretisch bereik (of omvang of tessitura of ambitus) en een praktisch bereik. Spelen op de grenzen van de omvang is moeilijker wat betreft applicatuur, dynamiek, intonatie en vaak ook conditie. Op onze website vind je de hand-outs Instrumentenkennis met het praktische bereik van je orkestinstrumenten.
Full of condensed score?
Er zijn partituren in full score, in condensed of piano score en als particel.
De full score is een partituur waarbij alle afzonderlijke partijen onder elkaar staan. Bij symfonische werken – en heel af en toe ook bij partituren voor blaasorkesten – zie je nog wel eens dat, wanneer bepaalde groepen veel rust hebben, alleen de regels van de spelende partijen worden getoond. Een full score is meestal getransponeerd genoteerd, maar kan ook ‘in C’ staan.
In een condensed of piano score wordt de gehele muziek voor alle partijen op twee of drie regels geplaatst. Bij de noten wordt op cruciale plekken aangegeven welke instrumentgroep(en) hier inzetten of spelen. Slagwerk wordt hierin vaak niet of minimaal genoteerd. Een condensed score is altijd in één toonsoort. Een condensed score komt steeds minder voor.
Een particel is een partituur waarbij op meerdere regels, maar minder dan bij een full score worden genoteerd. De partijen worden aangegeven per sectie. Deze partituren zijn ook in één toonsoort.
Verdieping en verder lezen
Op onze website vind je verwijzingen naar meer uitleg over de partituur en transponerende instrumenten. Ook geven we een paar tips over vervolgstappen die je kunt nemen na het lezen van dit hoofdstuk, zoals je kennis verdiepen in klankvoorstelling, textuur en het bestuderen van partituren.
Hoe gebruik je de checklist Partituur lezen?
De checklist is een lijst met aandachtspunten, die je tijdens het lezen van de partituur erbij kunt houden. Zo krijg je meer inzicht in een partituur en kun je het lezen van de partituur oefenen. De vraag of een muziekwerk past bij jouw orkest en hoe je de partituur daarbij kunt inzetten, bespreken we in het hoofdstuk Van longlist naar shortlist, inclusief een bijbehorend notitieblad.
Gebruik eerst de tips uit de paragraaf Beginnen met partituur lezen. Als dat (enigszins) lukt, houd dan deze checklist erbij en beantwoord de betreffende vragen.
Artistieke visie
“You create vision through enthusiasm and passion about music.”
- JoAnn Falletta
Inleiding
Waar wil je als orkest naartoe werken? Wil je je flexibiliteit trainen en vaker nieuwe muziekstijlen of verrassende composities uitproberen? Of wil je als groep juist nóg beter worden in wat jullie nu al doen? En gaat het om de muzikale prestatie, of meer om de gezelligheid? Met een artistieke visie en een langetermijnplan laat je de concertprogramma’s en bijbehorende muziekwerken aansluiten bij de wensen en ambities van de orkestleden voor de (nabije) toekomst.
Heeft je vereniging al een langetermijnplan? Dan kan je artistieke plan daarop verder bouwen. Ontbreekt een beleidsplan nog binnen je vereniging? Dan is het artistieke plan daarvoor juist een goede bron. Het artistieke plan kan ook op zichzelf staan, en vooral dienen als achtergrond voor je muzikale keuzes.
Een artistiek plan of visie ontwikkel je niet zomaar, daar is tijd voor nodig. Het werkt het beste als het past bij de ontwikkelingen die al gaande zijn, binnen en buiten het orkest. Het moet bijvoorbeeld aansluiten bij de wensen van de musici, die soms nogal uiteenlopen. Neem dus de tijd om inzicht te krijgen in deze ontwikkelingen en in de individuele ambities van de orkestleden.
In dit hoofdstuk richten we ons alleen op de artistieke en muzikale ontwikkeling van je orkest. Andere onderwerpen, zoals de financiën of ledenwerving, laten we buiten beschouwing.
Waarom wil je een artistieke visie en langetermijnplan ontwikkelen?
Er zijn een aantal redenen waarom je een artistieke visie en langetermijnplan wil ontwikkelen:
- Een doelstelling geeft structuur en richting: waar staat én gaat jouw muziekvereniging voor? Dat beïnvloedt direct de repertoirekeuze en het imago van het orkest. Denk hierbij ook aan het te kiezen repertoire in relatie tot het aantal leden in je orkest. En aan de ontwikkeling van het orkest of het toewerken naar bepaalde uitvoeringen of producties. Ook het inpassen van een concertreis, festivaldeelname of concours valt hieronder;
- Een visie of plan zorgt dat je over allerlei vragen vooraf nadenkt. De taakverdeling is helder, je weet wat je van elkaar mag verwachten. Daardoor maak je de repertoirekeuzes makkelijker en eerder. Zo ben je minder tijd kwijt aan het oplossen van ad hoc repertoireproblemen of van tekorten in bezetting of instrumenten;
- Met een artistieke langetermijnvisie houd je het speelplezier in het vizier. Je herkent makkelijker de knelpunten op korte en lange termijn en kunt daarvoor eerder oplossingen bedenken. Op de lange termijn kijk je over meerdere programma’s heen. Het motiveert orkestleden om te weten wat er na het eerstvolgende programma komt als ze in het huidige programma misschien wat minder uitdaging vinden;
- Een visie of plan is van het hele orkest. Door er samen over te praten, raken leden meer betrokken en krijgen ze de kans om actiever bij te dragen aan de ontwikkeling van de vereniging. Het helpt om leden bewuster te maken van het gekozen repertoire en de manier waarop jullie kiezen;
- De visie helpt om in de loop van het seizoen te kijken of je nog op schema ligt. Dat voorkomt onrust, omdat je ziet dat je orkest voor een concert op de goede weg is. Of niet, en dan kun je daar op tijd iets aan doen. Het zorgt dus dat je de juiste focus houdt. En dat je vertrouwen krijgt in de ontwikkeling van het orkest.
Aan de slag
Verenigingsimago & publiek
Wat is je (gewenste) verenigingsimago? Als je vereniging een (meerjaren) beleidsplan heeft, dan kun je dat als basis nemen. Mocht er nog geen plan zijn, dan kun je de volgende vragen gebruiken om over je verenigingsimago en publiek na te denken:
- Wat is het imago van je orkest? Wil je het imago veranderen?
- Wie is je huidige publiek? In welke gemeenschap speelt je orkest?
- Heb je een vast publiek? Wil je nieuw publiek aanspreken? Wil je je bestaande publiek juist graag behouden?
Orkestanalyse
Wat voor soort orkest is jouw orkest? De analyse van je orkest kun je op twee niveaus doen, voor het orkest als geheel en op ledenniveau. Met de analyse op orkestniveau bekijk je hoe je orkest als geheel is ingebed in de omgeving. Op ledenniveau kijk je binnen in je orkest, naar de leden en wat hen motiveert.
Op orkestniveau kun je onderscheid maken tussen (combinaties van) een topniveau-orkest, gemeenschapsorkest en ledenorkest:
- Topniveau-orkesten gaan voor de muzikale prestatie. Zij doen graag mee aan concoursen, hebben een dirigent die stuurt op muzikale ontwikkeling, talentvolle leden erbij en spelen graag op toplocaties;
- Een gemeenschapsorkest speelt graag concerten in de eigen wijk, stad of dorp. Zo’n orkest draagt bij aan lokale evenementen en werkt veel samen met lokale partijen en ontvangt dus ook (financiële) steun uit de lokale gemeenschap. Het orkest, de dirigent en de leden hebben dan ook voeling met hun gemeenschap;
- Het ledenorkest is gericht op een sterk samenhorigheidsgevoel, gezelligheid en het ervaren van een gezamenlijke identiteit. Iedereen kan meedoen ongeacht diens niveau. De behoeften van de leden zijn belangrijk en zij hebben dan ook een stem bij beslissingen. De dirigent heeft goede sociale vaardigheden nodig. Deze orkesten geven graag originele concerten op originele locaties.

Afbeelding: Driehoek Orkestanalyse buiten Dit is de driehoek met op de hoekpunten Ledenorkest, Topniveau-orket en Gemeenschapsorkest.
Deze driehoek is bedoeld voor het analyseren van hoe je orkest is ingebed in je omgeving.
- Het tweede niveau waarop je je orkestanalyse kunt maken is dat van de individuele leden. Je kijkt dan naar welke motieven de muzikanten hebben om lid te zijn van je muziekvereniging. Deze manier van kijken is ook nuttig om na te gaan hoe je nieuwe leden kunt werven.
- Je kunt je leden een plek geven in een driehoek: zijn ze sociaal gericht, belevenisgericht of artistiek ambitieus? Met andere woorden: hoe is de balans tussen muzikanten die komen voor de gezelligheid, voor de muzikale beleving en voor het maken van mooie en/of moeilijke(re) muziek? Is er een brede spreiding van leden over de driehoek? Waar ligt het zwaartepunt van alle orkestleden samen in deze driehoek?
Afbeelding: Driehoek orkestanalyse van binnenuit Dit is de driehoek met op de hoekpunten belevenisgericht, sociaal gericht en artistiek ambitieus.
Met deze driehoek kan je analyseren waarom je orkestleden lid zijn van je vereniging.
Wie draagt wat en hoe bij aan je orkest?
Orkestleden hebben allemaal een eigen functie. Waardeer elkaar om dat wat ieder lid bijdraagt en laat dit ook in het langetermijnplan tot uiting komen.
Bedenk dat je orkest geen ketting is, maar een net. Een ketting heeft een zwakste schakel en valt daarmee uit elkaar. En net kan best een gat verdragen en toch nog goed werken.
Wanneer je dit onderwerp bespreekt, houd er dan rekening mee dat het een kwetsbaar onderwerp is. Richt je daarom op de sterke punten, niet alleen muzikaal maar ook psychologisch, sociaal en pedagogisch:
- Wie is muzikaal sterk (ritmisch, zuiverheid, samenspel, muzikaliteit)?
- Wie is sterk in anderen helpen en anderen beter laten spelen?
- Wie wil zich vooral veilig voelen?
- Wie kan zich aan wie optrekken?
- Wie is organisatorisch sterk en zorgt er zo voor dat de repetities en concerten ontspannen starten?
Toekomstplannen
Wat zijn je toekomstplannen? Denk hierbij wat concreter, bijvoorbeeld met deze praktische vragen:
Naar welk evenement of concours of groot concert wil je toewerken?
Op welk vlak wil je je als orkest graag ontwikkelen? Denk aan: intonatie, klankvorming, techniek, ritmiek, samenspel, muzikaliteit, ontspanning bij het spelen, gezelligheid bij de repetitie, concertervaring, originele (blaas)muziek, lichte muziek, barok, klassiek of hedendaags;
- Wat voor programma’s wil je als orkest spelen? Wat voor soort concerten wil je geven?
- Welke muziekwerken wil je in de toekomst spelen? Kun je daar als groep naartoe groeien?
- Wat voor soort werken wil je programmeren om je orkest op te bouwen?
- Wat voor soort werken kies je om te laten zien wat de sterke punten zijn van het orkest?
- Als je een werk graag wilt spelen en op je wensenlijst zet, bedenk dan wat het doel is van het spelen van dit werk. Is het een werk om van te leren? Bijvoorbeeld om te werken aan een bepaald muzikaal aspect? Of is het een einddoel?
Organisatie van de muziekcommissie
Een artistieke visie helpt bij de organisatie van je muziek- of repertoirecommissie. Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden waarbij je de commissieleden en ook je orkestleden in meer of mindere mate betrekt bij de muziekkeuze. Voorbeelden zijn:
- Geen muziekcommissie, de dirigent bepaalt de muziekkeuze;
- Vaste muziekcommissie met weinig wisselingen;
- Wisselende muziekcommissie per jaar of per (groot) evenement. Je vult een commissie (deels) met wisselende muziekcommissieleden uit steeds andere secties van het orkest. Medemusici uit de betreffende secties vertellen dan hun muzikale wensen aan deze tijdelijke commissieleden. Hierdoor betrek je je orkestleden op een actieve manier bij de muziekkeuze. Zo’n wisselende muziekcommissie geeft een andere groepsdynamiek dan een vaste muziekcommissie.
Betrekken van orkestleden bij je visie
Je kunt je medemusici betrekken bij het ontwikkelen van een visie door hen vragen te stellen. Bijvoorbeeld in een bijeenkomst met een brainstorm, of via een vragenformulier, op papier of online. Je kunt natuurlijk de algemene vraag stellen over hoe leden de orkestontwikkeling zien in de toekomst, maar dat is vaak een moeilijke vraag. Je kunt ook concretere vragen stellen en uit de antwoorden de gewenste orkestontwikkeling destilleren. Denk bijvoorbeeld aan deze vragen:
- Waar zie jij jezelf in de driehoek ‘Sociaal gericht, Belevenisgericht of Artistiek ambitieus’?
- Speel je met ons orkest graag gemakkelijke muziek, muziek op niveau of kunnen we juist wat uitdaging gebruiken? Geef aan welke verhouding (percentages) volgens jou ideaal is voor ons orkest: makkelijk: %, op niveau: %, uitdagend: %
- Wat voor soort concerten zou je willen spelen? Kruis aan wat jouw voorkeur heeft (meerdere keuzes mogelijk):
- samenwerkingsconcerten (dans, koor, ander muziek gezelschap, dubbelconcert)
- buitenconcerten
- binnenconcerten op bijzondere locaties
- voor ons eigen publiek
- voor liefhebbers
- voor speciaal publiek zoals:
- ouderen
- kinderen
- ...
- voor nieuw publiek, zoals ....
- als projectorkest (ons eigen orkest aangevuld met projectleden)
- op een festival of concours
- Welke muziekwerken wil je spelen? Heb je een wensenlijst? Vul die in op het notitieblad Repertoirewensen - basis.
Verdieping en verder lezen
Een aantal boeken over het verenigingsleven en over het besturen van verenigingen geven goede tips en bieden houvast bij het ontwikkelen van een artistieke visie. Hieronder drie voorbeelden.
- De Gelukkige Vereniging (van Roel van der Weide), over het achterhalen van de kernwaarden van je vereniging;
- Fase-profielmodel (van Roy Voogd), waarin je leert hoe je je verenigingsprofiel bepaalt;
- Back to Basics (van Berend Rubingh), over hoe je bijeenkomsten over artistieke visie kunt organiseren binnen je vereniging.
Voor meer informatie, zie onze website.
Hoe gebruik je het notitieblad Artistieke visie?
Het notitieblad Artistieke Visie is bedoeld voor de muziekcommissie. Hieronder vind je de uitleg om het blad in te vullen, meer informatie en diepere vragen vind je onder Aan de slag in dit hoofdstuk. In het notitieblad Artistieke Visie is ruimte voor een klein aantal muziekwerken die je graag wilt spelen op de korte of lange termijn. Wil je een uitgebreidere lijst aanleggen met gewenste muziekwerken? Gebruik dan het notitieblad Repertoirewensen.
Praktisch
Hier vul je de praktische gegevens over het plan in, zodat je weet voor welke vereniging of welk orkest binnen de vereniging je het plan maakt, de datum waarop het plan gemaakt is en de periode waarover het gaat.
Orkestanalyse
Onder orkestanalyse kun je samen bekijken wat voor orkest je nu bent en wat je zou willen zijn. Hiervoor is de driehoek ’Topniveau-orkest, Gemeenschapsorkest, Ledenorkest’ tweemaal weergegeven. In de eerste driehoek geef je aan waar je nu denkt dat jouw orkest staat en in de tweede driehoek waar je zou willen staan. Zie voor meer uitleg over typen orkest Aan de slag – Orkestanalyse.
Ook zijn er twee driehoeken getekend om aan te geven waarom de leden bij je orkest spelen. Zijn je leden artistiek ambitieus, sociaal gericht of belevenisgericht. Zie voor meer uitleg Aan de slag – Orkestanalyse.
Opnieuw gebruik je de eerste driehoek om aan te geven waar het zwaartepunt van je leden zich nu bevindt en de tweede waar je met de leden naar toe zou willen werken.
Voor alle driehoeken geldt dat het er niet om gaat dat je je orkest of het zwaartepunt van al je leden heel precies kunt positioneren. Het gaat om het gesprek wat je hier gezamenlijk over hebt. En bedenk dat geen enkel orkest of lid precies op één punt van de driehoek zit of op de lijn. Een punt dat je als conclusie in de driehoek zet kan op elke positie staan en groot of juist heel klein zijn.
Een onderdeel van de orkestanalyse is ook de vraag welke artistieke wensen er leven in het orkest. Noteer bij deze wensen eventueel de sectie waarin die wensen leven.
Gewenst verenigingsimago
Wat is het gewenste verenigingsimago op artistiek vlak? Is het daarvoor nodig om het imago te veranderen? Denk hierbij ook aan het publiek, bestaand of nieuw, dat je wilt aanspreken. Zie Aan de slag - Verenigingsimago & publiek voor gedetailleerdere vragen over je verenigingsimago.
Toekomstplannen
Hier is ruimte voor een aantal concrete punten waar je als orkest tijdens deze periode naartoe wilt werken. Denk aan een concert of uitvoering of een concours. En waarop wil je je als orkest muzikaal ontwikkelen? Wat voor soort programma’s en/of concerten wil je spelen? En welke muziekwerken horen bij die programma’s en concerten en bij de gewenste muzikale ontwikkeling? Dat kunnen werken zijn die je uiteindelijk voor publiek wilt spelen, of werken die nodig zijn om bepaalde muzikale aspecten te (be)studeren. Geef dus bij de muziekwerken aan waaróm je die wilt spelen.
Inspiratie over hoe je dit deel van het notitieblad kunt invullen vind je onder Aan de slag – Toekomstplannen.
Hoe gebruik je het notitieblad Repertoirewensen?
Het notitieblad Repertoirewensen uit het hoofdstuk Repertoirekennis opbouwen kun je inzetten om de wensen op te halen over repertoire voor toekomstige concerten. In dit boekje en op onze website vind je het notitieblad Repertoirewensen - basis om onder je orkestleden te verspreiden. Voor de muziekcommissieleden is het notitieblad Repertoirewensen - uitgebreid wellicht prettiger, omdat je daarop meer informatie kunt noteren.
Jaaroverzicht
“To achieve great things, two things are needed: a plan, and not quite enough time.”
- Leonard Bernstein
Inleiding
In het hoofdstuk Artistieke visie bespreken we de lange termijn en in het hoofdstuk Concertformule focussen we juist op één uitvoering. Het jaaroverzicht zit daartussenin. Het is een praktisch hulpmiddel waarmee je overzicht krijgt over de plannen voor komend jaar of seizoen.
In het jaaroverzicht zie je op welke concerten jouw orkest zich de komende tijd gaat richten en hoe die zich tot elkaar verhouden. Ook kun je in het jaaroverzicht in kaart brengen hoe je het budget over de uitvoeringen wil verdelen. Denk daarbij aan wat je nodig hebt voor bladmuziek, dirigenten en solisten.
Waarom zou je een jaaroverzicht maken?
Er zijn een aantal redenen waarom je een jaarplan wil ontwikkelen:
- De artistieke visie en het langetermijnplan dat daarbij hoort, geldt voor een aantal jaren. Een jaaroverzicht geldt voor één jaar. Je maakt je overkoepelende visie daarin concreter, en je plannen en acties behapbaar. Heeft jouw vereniging nog geen artistieke visie? Ook dan is een jaaroverzicht handig, het heeft dezelfde voordelen als het langetermijnplan waarover je meer leest in het hoofdstuk Artistieke visie;
- Vaak gaan de doelen van jouw muziekvereniging ook over een periode van een aantal jaren. In een jaaroverzicht structureer je deze doelen en bepaal je wat je dít jaar wilt bereiken. Dat helpt om de juiste keuzes te maken;
- Een jaaroverzicht kun je ook gebruiken voor communicatie binnen je vereniging. Waar bewegen jullie naartoe? Wat kunnen de leden de komende tijd verwachten? En kan iemand zich minder goed vinden in de muzikale keuzes voor een specifiek concert? Dan is het fijn om te zien wat er verder op de jaarplanning staat. Zo houd je de aandacht en motivatie van alle muzikanten het hele jaar makkelijker vast. Het jaaroverzicht draagt zo bij aan het speelplezier en zorgt voor saamhorigheid;
- Kies je ervoor om de evaluatie of reflectie in je jaaroverzicht bij te houden, dan krijg je een goed beeld van de ontwikkelingen in je orkest. Op basis van deze ontwikkelingen kun je eventueel bijsturen. Op het gebied van muzikale beleving of muziekkeuzes, maar denk ook aan acties op sociaal vlak.
Aan de slag
Praktische informatie
Verwerk in je jaaroverzicht niet alleen je muzikale keuzes en onderwerpen, maar neem ook de praktische zaken mee die bij je concerten komen kijken. Denk aan:
- Het jaarbudget;
- De concertplanning;
- De reservering van solisten en/of additionele instrumenten;
- Mogelijke fondsaanvragen (en de verdeling daarvan binnen de projecten of over de concerten);
- Samenwerkingspartners.
Artistieke samenhang
Vermeld in het jaaroverzicht van elk genoemd concert alleen de hoofdlijnen. Dit zijn de punten die relatie hebben tot de andere concerten van dit jaar of die betrekking hebben op de artistieke visie.
Reflectie
Als je na elk concert ook een korte reflectie invult, dan ontwikkel je een overzicht over het jaar heen. Deze reflectie kan gaan over de specifieke plannen die jullie hadden bij dit concert. Of over hoe dit concert bijdraagt aan je langetermijnplannen uit de artistieke visie. Denk bijvoorbeeld aan de volgende vragen:
- Hebben we tijdens het concert bereikt wat we onszelf vooraf tot doel hadden gesteld?
- Ontwikkelt het orkest zich zoals gewenst?
- Komt deze ontwikkeling overeen met de artistieke visie?
- Zie ook het hoofdstuk Reflectie voor meer vragen voor na het concert.
Hoe gebruik je het notitieblad Jaaroverzicht?
Goed om te weten: op onze website vind je een spreadsheet met de lay-out van dit notitieblad, zodat je het jaarplan ook digitaal kunt invullen.
In iedere kolom hoef je niet alle vragen te beantwoorden. Kies alleen voor de punten die het belangrijkste zijn voor dit specifieke concert. Of de punten die een relatie hebben tot de andere concerten of voor de lange termijn. Dat kan dus per concert verschillen. Op de notitiebladen van het volgende hoofdstuk Concertformule heb je de ruimte om alle details van een concert en programma te noteren.
Praktisch
Geef hier de (werk)titel en datum van het concert aan. Benoem daarnaast andere relevante, praktische informatie over de beoogde solisten en de begroting. En of je fondsaanvragen doet.
Relatie met artistieke visie
Hier geef je aan waar je tijdens de repetitieperiode en de uitvoering met het orkest aan wilt werken. Denk aan muzikaliteit, bijvoorbeeld stemming en intonatie of ritmiek; een genre, bijvoorbeeld lichte muziek; een bepaald werk, om het (alvast) te studeren en uit te voeren; individuele ontwikkeling, bijvoorbeeld iemand die je wilt laten soleren.
Reflectie
Deze kolom vul je in na afloop van een concert. Heb je tijdens het concert bereikt wat je vooraf beoogde? Is de orkestontwikkeling gedurende de repetitieperiode en na de uitvoering zoals gewenst en in lijn met de artistieke visie?
Zie ook het hoofdstuk Reflectie voor inspiratie voor meer opmerkingen die je na afloop van een concert zou willen maken.
Concertformule
“Amateurs zoeken altijd een zo lang mogelijk programma uit, professionals een zo kort mogelijk.”
- Thomas Oltheten
Inleiding
Er staat een concert op de planning, al snel of pas over een behoorlijke tijd. Hoe dan ook: er is muziek voor nodig. En jij mag met of voor de muziekcommissie aan de slag. Leuk! Maar wat voor soort concert wordt het? Is het een intiem optreden, of juist een grootschalig evenement? Waar vindt het plaats? Staat er al een thema vast? Hoe lang heeft het orkest om te repeteren? En, minstens zo belangrijk: wie is je publiek? Gaat het om liefhebbers of is het juist een breed publiek?
Van sfeer en locatie tot tijdsduur en budget, veel verschillende factoren beïnvloeden de muziekkeuze. In dit hoofdstuk brengen we al deze aspecten bij elkaar. Daarvoor gebruiken we het notitieblad Concertopzet.
Aan het einde van het hoofdstuk vind je daarnaast het notitieblad Concertprogramma. Dit kun je gebruiken om een samenhangend programma samen te stellen op basis van je shortlist. Deze shortlist is het onderwerp van het volgende hoofdstuk Van longlist naar shortlist.
Waarom maak je een concertformule?
Er zijn een aantal redenen waarom je een concertformule wil maken:
- Je krijgt een goed beeld van het concert. In een concertformule definieer je namelijk alle aspecten: van externe factoren zoals locatie en duur, tot zachtere randvoorwaarden zoals de samenhang van de te spelen muziek. Dit heeft allemaal invloed op de muziek die je kiest;
- Om tijdens het keuzeproces overzicht te houden over de al gekozen werken. Zo kun je steeds checken of de werken die al op de shortlist staat ook passen binnen de randvoorwaarden.
Aan de slag
Als eerste stap
Vul het notitieblad Concertopzet zoveel mogelijk in, vóórdat je muziekstukken voor een specifiek concert gaat uitzoeken. Als je dat hebt gedaan weet je waar je speelt (denk ook aan de akoestiek), voor wie je speelt, hoeveel repetitietijd je tot je beschikking hebt, of en op welke manier dit concert bijdraagt aan je artistieke visie en of je een relatie tussen de te kiezen muziekstukken wilt aanbrengen of juist niet.
Publiek
Met je orkest heb je alle tijd om de muziek te leren kennen en eraan te wennen. Aan het publiek moet je het in één keer overbrengen. Denk daarom goed na over de vraag: Wie is mijn publiek?
Wat wil je het publiek laten beleven tijdens het concert? Wil je het publiek vooral vermaken? Of wil je hen ook ‘muzikaal opvoeden’ en hen iets anders laten horen dan dat ze gewend zijn? Dit kan natuurlijk ook allebei: iets nieuws en speciaals verpakken in onderhoudende werken.
Zodra je weet voor wie je speelt, kun je hier rekening mee houden in de opbouw van je programma. Je bereikt en werft je publiek dan door vanuit een van de volgende punten te vertrekken.
- Relevantie, dan ga je in op een onderwerp waar het publiek iets mee heeft. Bijvoorbeeld uit de actualiteit of op intellectueel niveau. Dit kan resulteren in een wervende titel voor het concert;
- Empathie, hiermee maak je een connectie tussen het publiek en je programma. Dit hoeft niet het programma zelf te zijn, het kan ook zijn dat de woorden waarmee je de muziek omschrijft een gevoelsband opwekken;
- Exclusiviteit, hiermee laat je het publiek iets horen wat ze niet op een andere manier kunnen beleven of wat zelden live wordt gespeeld;
- Hoeksteen, dit is een muziekwerk van een bepaalde componist, een bekend of geliefd werk of een muziekstuk gespeeld door een bijzondere of bekende solist.
Relatie tussen de muziekwerken
Er zijn verschillende relaties mogelijk tussen de muziekwerken. Wellicht heb je al een muziekwerk uitgezocht dat als kern of hoeksteen van je programma kan dienen. Of heb je een thema waar je alles aan op wilt hangen. Bij een relatie tussen de muziekstukken kun je denken aan de volgende formules.
Een thema, waaraan je alle gekozen werken koppelt;
- Een rode draad, misschien geen echt thema maar wel een verhalende lijn door alle muziekstukken heen;
- Een hoeksteen, oftewel een groot werk of een werk met een solist,
- waar je de andere werken bij kiest. Zo’n hoeksteen kan een sterk publiekswervend effect hebben. Of het is een (groot) werk dat het orkest heel graag een keer wil uitvoeren;
- ‘Something old, something new, something borrowed, something blue.’
- Oud: een traditioneel of bekend werk;
- Nieuw: een recente compositie;
- Borrowed: bijvoorbeeld een transcriptie;
- Blauw: iets contrasterends (zoals jazz of pop tegenover klassiek);
- ‘Iets voor het publiek, iets voor de musici en iets voor de dirigent.’
Opbouw programma
Voordat je gaat zoeken of aan de hand van het inmiddels verzamelde muzikale materiaal, kun je kiezen hoe je het programma op hoofdlijnen zou willen opbouwen. Daarbij kun je je de volgende vragen stellen.
- Welke stukken dienen als ankerpunten (start, einde, laatste voor de pauze, eerste na de pauze)?
- Zet ik een veeleisend stuk aan het einde van het concert, om zo de spanning op te bouwen? Of zet ik deze ‘highlights’ juist aan het begin van het concert en krijgt de luisteraar tegen het einde van het concert meer ontspanning?
- Op welke plekken in het programma wil ik wel of niet applaus? En daaruit volgend: welke muziekstukken kan ik als blokken samen nemen, waarbinnen de muziekstukken ‘attaca’ doorgaan naar het volgende? Zie ook de tip hieronder over vorm;
- Waar leg je het hoogtepunt van een concertdeel? Bijvoorbeeld: 1) opening, 2) hoogtepunt van een of twee werken, 3) afsluiting, dan pauze;
- Tip: na de pauze neemt de concentratie van het publiek meestal af. Houd daar met de programmering rekening mee door bijvoorbeeld:
- makkelijker in het gehoor liggende stukken te nemen,
- meer kortere werken te programmeren of
- het geheel na de pauze korter te laten duren dan voor de pauze.
- Zodra je de opbouw op hoofdlijnen hebt bedacht, is het de kunst om de gekozen muziekwerken op de juiste volgorde te zetten. Wil je dat ze contrasteren op bepaalde eigenschappen of juist dat ze in elkaar overlopen? Om er in deze stap rekening mee te kunnen houden, is het handig om deze muzikale eigenschappen van de werken te achterhalen en op een rijtje te hebben. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld het notitieblad uit het volgende hoofdstuk Van longlist naar shortlist. Om de samenhang in een oogopslag goed te kunnen overzien is het daarnaast goed om enkele eigenschappen als een soort samenvatting bij elkaar te noteren:
- Energie van een muziekwerk of energieverloop binnen een muziekwerk (Zie voor uitleg bij Aan de slag van het hoofdstuk Van Longlist naar Shortlist);
- Volume;
- Maatsoort (of maatsoorten);
- (Veel voorkomende) ritmische bouwstenen;
- Toonsoort;
- Veeleisendheid of toegankelijkheid voor het publiek;
- Klokduur.
Vorm
Een andere manier om te komen tot de programmering is te werken met een vorm. Het programma deel je dan op in kleinere eenheden (oftewel blokken), die je vervolgens vult met enkele muziekwerken. Zo’n eenheid kan dan een eigen sfeer of energie hebben. Hoe je de eenheden achter elkaar zet, bepaalt de vorm van je programma. De eenheden of blokken kan je dan in het programma indelen, bijvoorbeeld AABA of ABCD.
Een voorbeeld van een vorm:
Stel je hebt als thema ‘Beatles’ genomen. Je kunt dan elk gekozen Beatlesnummer in chronologische volgorde spelen. Maar je kunt ook blokken vormen rondom steeds één nummer van de Beatles. Per blok speel je het nummer van de Beatles en bijpassende muziek. De blokken zet je op chronologische volgorde van het kernnummer van The Beatles. Zo vormt je programma dan een geheel.
Praktische programmatips
Tot slot enkele praktische programmatips:
- Let erop of de volgorde van je programma logistieke consequenties heeft. Bijvoorbeeld solisten die opkomen of extra instrumentarium dat je nodig hebt;
- Maak het concert niet te lang. Je hebt liever dat het publiek aan het eind nog iets extra’s zou wensen dan dat ze overvoerd zijn;
- Luister het programma ook een keer achter elkaar door. Controleer dan of de werken elkaar logisch aanvullen of contrasteren, zoals je had bedacht.
Verdieping en verder lezen
Veel literatuur voor dirigenten bevat een hoofdstuk over concertprogramma’s en/of de concertorganisatie. Op onze website vind je een selectie van deze literatuur om inspiratie op te doen. Zoals ‘Het mysterie van de lichte muziek’ van Peter Kleine Schaars, dat ingaat op programmeren van lichte muziek. Of ‘Beyond the Baton’ van Diane Wittry, over het samenstellen van een programma voor een symfonieorkest.
Verder vind je op onze website de hand-out Concertbudget. Budgettering is tenslotte een belangrijk onderdeel van de concertorganisatie en bepaalt daarmee ook je repertoirekeuze.
Hoe gebruik je het notitieblad Concertopzet?
Vul het notitieblad Concertopzet zoveel mogelijk in, voordat je muziekstukken voor een specifiek concert gaat uitzoeken. Dit blad is vormgegeven als een mindmap. Gebruik vooral de witruimte om je eigen aanvullingen en ideeën te noteren. De invulling van deze punten lijkt een administratieve klus, maar de creatieve vormgeving van je concert begint hier!
Concerttitel & datum
Vul midden op het blad de (werk)titel van het concert en/of de datum (of data) van dit concert in, zodat je weet voor welk concert deze opzet wordt gemaakt.
Praktisch
Beschrijf hier alle gegevens die bepalend zijn voor het concert:
- Locatie: Waar vindt het concert plaats? Denk hierbij aan vragen als: is het een binnen of buitenconcert? Wat is de akoestiek? Wat is de ambiance van de zaal of de omgeving?
- Tijdsduur: Hoelang duurt het concert?
Vult je orkest het hele concert of een half concert? Bevat het concert een pauze? Noteer de totale tijd die het concert duurt. Tussen de muziek heb je misschien tijd nodig voor het aankondigen van de volgende stukken of voor changementen. Als dit zo is, noteer dan ook de netto tijd waarvoor je muziek moet uitzoeken; - Aanleiding: Wat is de aanleiding voor dit concert? En zijn er verder nog bijzonderheden?
- Hier kun je het type concert noteren. Denk hierbij aan zaken als: is het een binnen of buiten, najaar- of voorjaarsconcert, link met een feestdag of andere gelegenheid. Wil je als orkest graag werken met een solist en vormt die de kern van het programma? Werkt jouw orkest samen met een ander orkest (dubbelconcert) of treden ook andere geledingen uit de vereniging op?
- Budget: Wat zijn de kosten voor dit concert?
Denk onder andere aan: bladmuziek, BUMA-rechten, dirigent, solisten en andere gastspelers, extra instrumenten, zaal en presentjes.
Welke inkomsten verwacht je? Denk onder andere aan: kaartverkoop, sponsoring, subsidies, uit eigen kas.
Zie voor uitgebreide budgettering de hand-out Concertbudget.
Publiek
Wie is je publiek? Hoe ga je je publiek werven? Wat is voor hen de reden om naar je concert komen? Is dit de locatie (een zomers buitenconcert), de hoeksteen (een symfonie) of een thema (concert als onderdeel van een thematisch festival)?
Denk bij de uitwerking hiervan aan relevantie, empathie of exclusiviteit of het thema of de hoeksteen van het programma. Wat wil je het publiek laten beleven tijdens het concert? Zie voor een uitgebreidere uitleg bij Aan de slag.
Voorbereiding
- Beschikbare tijd: Hoeveel voorbereidingstijd heeft jouw orkest voor dit concert? Hoeveel repetities kun je eraan besteden? En hoeveel weken doorlooptijd is er?
- Aandachtsspanne: Om er rekening mee te houden dat de boog niet continu gespannen kan zijn en ook dat de aandachtsspanne van orkestleden afhangt van de periode van het jaar, zijn de volgende vragen hier van belang: Welke tijd van het jaar betreft het? Hebben we voorafgaand aan dit concert net een ander pittig concert achter de rug of zijn we juist toe aan iets uitdagenders?
- Orkestontwikkeling: In relatie tot de vorige vraag over de aandachtspanne: wat is het gewenste niveau van dit concert? Percentage makkelijk (...%), op niveau orkest (...%), uitdagend / pittig / (te) moeilijk (...%). (bijvoorbeeld. 30% / 60% / 10% ).
En in relatie tot de artistieke visie en het jaarplan kun je hier ook aangeven aan welke ontwikkelwensen je met dit concert wil werken. Of welke sterke punten van het orkest je graag wil laten horen.
Muziekwerken
- Relatie: Vul hier in of je rondom een thema wilt werken of een andere relatie wilt aanbrengen tussen de muziekwerken. Zie bij Aan de slag meer informatie over de rode draad en het gebruik van een vorm binnen een programma;
- Wensenlijst: Zijn er wensen voortgekomen uit vorige programma’s of binnengekomen vanuit het orkest?
Hoe gebruik je het notitieblad Concertprogramma?
Dit blad gebruik je tijdens of na het uitzoeken van repertoire voor je concert. Het beweegt mee met de keuze(s) van muziekwerken tijdens het bepalen van het concertprogramma.
Tip: vul dit notitieblad steeds in met potlood, totdat je de keuzes definitief maakt.
In het volgende hoofdstuk Van longlist naar shortlist gaan we in op het kiezen van een muziekwerk. Met de bijbehorende notitiebladen kun je de eigenschappen per muziekwerk onderzoeken. Het notitieblad Concertprogramma gaat over de samenhang tussen de gekozen werken.
Praktisch
Concert: (werk)titel van het concert en/of de concertdatum.
Passen en meten
- Komen alle secties goed aan bod?
Hier is ruimte om aan te geven met welke secties je nog rekening moet houden in dit programma. Kruis de secties aan in de getekende orkestopstelling en/of gebruik tekst in het vrije veld; - Past het totale programma in de repetitietijd?
Is de balans tussen de moeilijkheidsgraad van de muziek en de hoeveelheid noten die orkestleden moeten studeren nog in verhouding tot de beschikbare repetitietijd? - Als je het notitieblad Concertopzet hebt ingevuld, vind je daar de beschikbare repetitietijd;
- Totale kloktijd, die bestaat uit:
- de totale kloktijd van de gekozen muziekwerken
- spreektijd, zoals de aankondigingen
- changementen
- pauze
- Geplande duur concert: vul hierin hoeveel tijd er gepland is voor het totale concert. Controleer na de keuze van het totale programma of de geplande duur overeenkomt met de totale kloktijd van het concert.
Muziekwerken
Hier kun je muziekwerken invullen die je al hebt gekozen en die zeer waarschijnlijk in het programma komen. Je hoeft ze hier niet op volgorde te zetten, dat komt in het volgende vlak.
Ook kun je hier van elk muziekwerk in samenvatting eigenschappen aangeven zoals: energieverloop, toonsoorten, tempo/maatsoorten en klokduur. Met betrekking tot de toonsoort(en) gaat het vooral om de begin- en slottoonsoorten. Je hoeft niet alle eigenschappen in te vullen, alleen de belangrijkste om overzicht te krijgen over de doorloop of contrasten passend in jouw programma.
Geef eventueel aan welk werk de hoeksteen (of kern) van je programma vormt, of welke werken ankerpunten zijn.
Tip: Op het blad zijn symbolen voorgedrukt bij elk muziekwerk, die je in het vlak Programma kunt gebruiken.
Programma
Dit vlak is bedoeld om het programma op basis van de al gekozen muziekwerken op volgorde te zetten.
- Noteer de muziekwerken uit het vorige vlak aan de hand van de voorgedrukte symbolen;
- Geef met een dikke lijn aan waar de pauze is;
- Als werken een blok vormen, teken dit dan om de symbolen heen;
- Mis je nog een muziekwerk? Laat dan een regel leeg;
- Gebruik eventueel de tweede kolom om het verloop van de relevante eigenschappen aan te geven;
- Noteer de totale duur van de gekozen werken onderaan het programma.
- Op het notitieblad kun je meerdere varianten samenstellen voordat je het definitieve programma kiest.
Extra bezetting of instrumenten
Hier noteer je welke extra musici of extra (bijzondere) instrumenten je nodig hebt voor het programma.
Van longlist naar shortlist
“Artistieke vrijheid
Goede componisten wijzen dirigenten de weg om, met hun artistieke vermogen en het creëren van het creatieve beeld dat aan de basis staat van een goede compositie, een verantwoord product te realiseren. De dirigenten krijgen in de samenstelling van hun interpretatie meer dan voldoende artistieke vrijheid.”
- Alex Schillings
Inleiding
Op basis van de voorgaande hoofdstukken, of via een andere weg, heb je inmiddels een helder beeld van de locatie, het publiek, het thema of een andere relatie tussen muziekstukken en de duur van het concert. Nu gaat het om de keuze van de muziekwerken. Hoe stel je een goed lopend programma samen dat aansluit bij de artistieke visie van je vereniging en tegelijkertijd de aandacht van het publiek vasthoudt? En dat bovendien – als kers op de taart – ook nog leuk is om te spelen voor orkestleden?
Misschien heb je al een longlist van muziekwerken samengesteld. Bijvoorbeeld uit eerdere brainstormsessies, of uit suggesties van orkestleden. Misschien ook niet: dan kun je het notitieblad Repertoirewensen uit het hoofdstuk Repertoirekennis opbouwen gebruiken om ideeën en suggesties te verzamelen voor een longlist.
De longlist vormt het vertrekpunt voor dit hoofdstuk en de bijbehorende notitiebladen Van longlist naar shortlist en Partituur lezen van de shortlist.
In dit hoofdstuk gaan we aan de slag met het verfijnen van de longlist, en het selecteren van muziekwerken die passen bij het concert. De notitiebladen van dit hoofdstuk kun je erbij houden als je de muziekwerken luistert voor je daadwerkelijke keuze. Met de bladen uit het hoofdstuk Concertformule houd je overzicht over de werken die jullie al hebben gekozen en hoe die passen in het totale programma.
Waarom wil je notitiebladen gebruiken bij het uitkiezen van muziek?
Er zijn een aantal redenen waarom je een notitieblad wil gebruiken bij het uitkiezen van muziek:
- Met de notitiebladen uit dit hoofdstuk kies je muziekwerken die goed passen bij de al gekozen programmaonderdelen. Tegelijkertijd helpen ze je om je te verplaatsen in je publiek, en te bedenken hoe je de aandacht van bezoekers over het hele programma heen vasthoudt;
- De notitiebladen in dit hoofdstuk helpen je om muziek bewust te kiezen. Door te noteren wat je opmerkt bij het luisteren, onthoud je beter wat je hebt gehoord;
- Ingevulde notitiebladen vormen een mooi startpunt voor de discussie binnen de muziekcommissie over de muziekkeuze. Ze helpen meerdere argumenten op een rij te zetten, op basis waarvan je muziekcommissie kan kiezen;
- Een aantal punten op de notitiebladen gaan in op de speelbaarheid van de muziek. Zo hopen we dat je het speelplezier voor al je orkestleden beter in kunt schatten.
Aan de slag
Starten met luisteren
Voordat je de shortlist kunt samenstellen moet je eerst weten hoe je concert eruit gaat zien en hoe je je totale programma wilt vormgeven. Lees daarom eerst het hoofdstuk Concertformule.
Zodra je gaat luisteren naar de muziekwerken, beluister ieder muziekwerk dan meer dan één keer. Als dat kan, zoek dan ook verschillende uitvoeringen op van een compositie en verschillende arrangementen.
Naast het luisteren, kun je ook informatie halen uit de partituur. Zie daarvoor het notitieblad Partituur lezen van de shortlist.
Basisinformatie en inspiratie
Zoek je meer informatie over en inspiratie voor muziek voor blaasorkesten, kijk dan eens op deze websites:
- Wind Repertory Project: www.windrep.org;
- Musicainfo: www.musicainfo.net (let op: voor een deel van de site heb je
- een abonnement nodig);
- Musideskcatalogus: www.musidesk.nl.
- Basisinformatie over veel symfonisch repertoire vind je in het boek Daniels’ Orchestral Music of in de onlineversie. Je kunt hierin zoeken op kenmerken van het muziekwerk, zoals bezetting, tijdsduur of titel. Maar ook op kenmerken van de componist, zoals land van herkomst, jubileumjaar of bijvoorbeeld vrouwelijke componisten.
- Online kun je op de volgende websites informatie vinden:
- FASO-catalogus: www.faso.eu/catalogus;
- Petrucci Music Library: www.imslp.org (voor bladmuziek uit het publiek domein).
- Tip: Op onze website vind je klikbare links naar alle websites die we hierboven noemen!
Bezetting
Belangrijke informatie over het muziekwerk is de ideale bezetting. Voor blaasorkesten kijk je daarvoor het beste in de partituur. Er is geen standaardwijze voor blaasorkesten om de bezetting aan te geven.
Voor symfonische werken wordt de bezetting met een standaardcode aangegeven. Deze staat ook vermeld op de FASO-website of in het boek Daniel’s Orchestra.
De code ziet er als volgt uit:
xxxx – xxxx – xx – overig – str.
Waarbij de volgorde van de secties hetzelfde is als in de partituur:
hout – koper – slagwerk – overig – strijkers
Daarbinnen staan de instrumenten van hoog naar laag:
fluit, hobo, klarinet, fagot – hoorn, trompet, trombone, bas – pauken, slagwerk – strijkers
Een voorbeeld is:
22(Eh)22(cbn) – 4231 – 13 – harp piano - str.
Dit betekent dan:
- Houtblazers: Fluit 2, Hobo 2, Althobo 1, Klarinet 2, Fagot 2, Contrafagot 1
- Koperblazers: Hoorn 4, Trompet 2, Trombone 3, Tuba 1
- Pauken: 1, Slagwerk: 3
- Overig: Harp, Piano
- Strijkers
Niveau-aanduiding
Voor blaasorkesten vind je de niveau-aanduiding onder andere op de website van het Repertoire Informatie Centrum en in de Musidesk-catalogus.
DIV1 = moeilijk; DIV5 = eenvoudig
Uitgeverijen hanteren elk een eigen systeem van graad- of niveau-aanduidingen
Graad 6 = moeilijk; graad 1 = eenvoudig
Deze aanduidingen zijn onderling niet per se vergelijkbaar. Zie voor meer informatie de hand-out Niveau-aanduiding blaasmuziek.
Energie en emotie
Naast alle praktische informatie over een muziekstuk die we in dit hoofdstuk bespreken, zijn ook zachtere gegevens zoals de energie en emotie relevant.
Zowel binnen het muziekstuk als tijdens een concert ontwikkelen de energie en emotie zich. Je kunt je de ontwikkeling van de energie voorstellen in eenvoudige figuren, zoals hiernaast. Natuurlijk zijn er meer vormen mogelijk. Gebruik je fantasie! De emotie van een muziekwerk kun je bijvoorbeeld weergeven met donker en licht of met kleuren.
Als je het energieverloop over het hele programma heen wilt visualiseren, zet je alle vormen onder elkaar. Zie de figuur hiernaast.

Figuur Energieverloop over een concert heen In dit figuur wordt aangegeven hoe het energieverloop over een concert heen is.
De muziekwerken zijn achtereenvolgens: Groots begin, klein einde + Groot begin, midden rustig en einde groots + Kleine start, groots einde + Pauze + Gelijkmatig licht werk + Lang stuk met langzaam energieverloop + Groots slot.
Verdieping en verder lezen
De boekenreeks ‘Teaching Music through Performance’ besteedt aandacht aan verschillende thema’s rondom repertoire. Onderwerpen als orkestscholing, solisten en jeugd komen hierin aan bod. Ieder boek geeft veel informatie over het betreffende thema en analyses van bijbehorende muziekwerken.
Hoe gebruik je het notitieblad Van longlist naar shortlist?
Dit notitieblad helpt je om muziekwerken te kiezen die bij het concert, je orkest en je publiek passen.
Praktisch
Praktische informatie, zoals de titel van het muziekstuk, de componist en de eventuele arrangeur.
Energie en emotie
Wat is het verloop gedurende het concert van de energie en eventueel ook de emotie? Gedurende elk concert is er een ontwikkeling van de energie waarbij die telkens toe- of afneemt.
Dit kun je met eenvoudige figuren weergeven, zoals in de figuur hiernaast wordt weergegeven. Emotie kun je naar eigen fantasie visualiseren met kleur of donker en licht.
Hoe past dit muziekwerk bij je orkest?
Wat is de duur van het muziekstuk? Kan je orkest dit aan qua conditie en concentratie? Wat is de gegeven graad- of niveau-aanduiding en ben je het daarmee eens? En hoe past dat niveau bij het niveau van je orkest?
Ook is er ruimte om aan te geven welke (belangrijke) solo’s er in het muziekwerk voorkomen. Passen die solo’s bij je orkest? Wil je iemand laten stralen? Of wil je iemand de kans geven een mooie solo te spelen?
Voor het publiek
Hoe zal dit werk voor het publiek zijn? Is het veeleisend of juist toegankelijk? Is het levendig of juist rustig? Bedenk hierbij dat het orkest een werk meerdere keren speelt, maar dat het publiek het op het concert maar één keer hoort. Verplaats je in hen en vraag jezelf af hoe dat zal zijn. Ligt het makkelijk in het gehoor of juist niet? Bedenk ook dat sommige werken bij het publiek juist heel goed bekend zijn. Bezoekers zullen de uitvoering van zo’n muziekwerk dan ook anders beoordelen. Hierbij kun je je afvragen hoe dat voelt voor het orkest.
Waarom deze muziek?
Waarom wil je dit muziekstuk gaan spelen? In welke categorie(ën) valt dit werk? Mijn orkest speelt dit werk als:
- hoeksteen: het basiswerk waar we de rest van het programma bij kiezen;
- entertainment voor het publiek: een aangename verpozing voor het publiek;
- repertoireverrijking: dit geeft de orkestleden de mogelijkheid om dit werk te leren kennen en daarmee hun kennis van de muzikale literatuur te verrijken;
- speelplezier voor de orkestleden: een ontzettend leuk werk om te spelen;
- orkestontwikkeling: een werk waarmee je aan specifieke dingen kunt werken, dus sterke punten verder uitbouwen of zwakke punten ontwikkelen;
- prestigestuk: een werk waarmee je kunt laten zien wat je orkest kan;
- ankerpunt: een goed begin- of eindpunt van het concert, of het laatste stuk voor of eerste stuk na de pauze;
- complementerend werk: een werk wat het programma compleet maakt – soms heb je nu eenmaal iets nodig om de nog beschikbare concerttijd op een prettige manier op te vullen.
Andere arrangementen
Kun je dit muziekwerk ook beluisteren in een andere instrumentatie, bezetting of transcriptie of juist in de originele versie? Is er bij “oude muziek” een uitvoering in authentieke instrumenten? Wat vind je van deze uitvoeringen in relatie tot je eigen orkest? En in relatie tot het eventuele arrangement dat je met jouw orkest wilt gaan spelen?
Hoe gebruik je het notitieblad Partituur lezen van de shortlist?
Bepaalde informatie over een muziekstuk kun je alleen uit de partituur halen. Dit notitieblad kun je daarom gebruiken als aanvulling op wat je al over een muziekwerk weet, door het te luisteren en erover te lezen in andere bronnen, zoals boeken en internet.
Bekijk eerst de partituur aan de hand van de checklist Partituur lezen uit het hoofdstuk Partituur lezen en instrumentenkennis, en ga daarna verder met de vragen op dit notitieblad. Het is oké als je dit blad niet helemaal invult. Ook als je delen gebruikt, leer je veel uit de partituur en haal je extra informatie op.
De vragen zijn in drie categorieën opgedeeld. Je kijkt naar de compositorische elementen voor de moeilijkheidsgraad en naar een tweetal checklists om de partituur zowel op orkestniveau als per sectie na te kunnen lopen. Het is handig om de volgende hand-outs erbij te houden als je de partituur op deze punten doorneemt:
- Hand-out Basislayout van de partituur;
- Hand-out Instrumentenkennis;
- Hand-out Aandachtspunten partijen.
- Al deze hand-outs vind je, per orkestsoort, op onze website.
Praktisch
Vul hier alle basisgegevens in die je kent over het muziekstuk. Bestaat een muziekwerk uit meerdere delen, dan kun je ervoor kiezen om het notitieblad per deel of voor een deel naar keuze in te vullen.
Compositorische elementen en moeilijkheidsgraad
Deze elementen bekijk je om begrip te krijgen voor de moeilijkheidsgraad van het muziekwerk. Hiervoor kun je de volgende punten nalopen.
- Bekijk de maatsoort in combinatie met de tempo-aanduiding en de notenwaarde.
Anders gezegd: je bekijkt de maatsoort en het tempo. Vervolgens kijk je hoe snel of langzaam de noten binnen de maten gespeeld moeten worden. Hele snelle noten zijn technisch lastig, voor hele langzame noten is de toonvorming moeilijk.
Vergelijk de notenvoorbeelden 1a en 1b; - Wat is het aantal voortekens? Zijn dit er veel of weinig? Welke toonsoorten (of wisseling van voortekens) komen zichtbaar voor?
- Prominente ritmische bouwstenen: komen bepaalde ritmische bouwstenen vaak voor? Zie de notenvoorbeelden 2a, 2b en 2c;
- De transparantie van de partituur: spelen orkestleden veel samen of zijn veel stukken solistisch of in kleine bezetting?
- Zijn de partijen voor de betreffende instrumenten geschreven in het speelbare bereik? Dit kun je per sectie nalopen. Informatie over de instrumenten en hun omvang vind je in de hand-out Instrumentenkennis.
AFBEELDING ALT:

Notenvoorbeeld 1a: Serenade in Bes van Mozart (Maat 4-5)

Notenvoorbeeld 1b: Ruslan en Ludmilla van Glinka (maat 1-8)

Notenvoorbeeld 2a: Divertimento van Waespi (maat 177-179)

Notenvoorbeeld 2b: I'm in the band van eastman (maat 117-120)

Notenvoorbeeld 2c: Overture Carnegie Hall van Wittrock (maat 9-12)
Checklist orkestniveau
Loop de checklist af en noteer puntsgewijs de belangrijkste aandachtspunten.
- Wat is de bezetting? Voorin de partituur staat vaak een instrumentatielijst. Let hier zeker bij nieuwe werken goed op. Past de bezetting bij jouw orkest? Welke extra instrumenten zijn er nodig?
- Vraagt de muziek een bijzondere opstelling van (delen van) het orkest?
- Heb je bijzondere instrumenten of accessoires nodig voor speciale effecten?
- Aan de bladspiegel zie je wanneer orkestleden of groepen iets te spelen hebben. Is dit een evenwichtige verdeling over het hele stuk heen, of juist niet? Past dit bij de wensen van je orkest? Deze vraag geldt niet alleen per muziekstuk maar ook over het hele programma heen;
- Kijk bij harmoniepartijen altijd of alle Europese partijen aanwezig zijn (met name voor euphonium in B♭, E♭ Bas en B♭ Bas). Incidenteel zijn de trompetpartijen in C geschreven. Zorg dan dat je deze ook in bes verkrijgt.
Checklist sectieniveau
De tweede checklist is op sectieniveau, al dan niet in relatie tot de andere partijen. Ook hiervoor noteer je alleen puntsgewijs de belangrijkste aandachtspunten.
- Heeft iedereen voldoende te spelen?
Maar let op: bepaalde koperblazers, bijvoorbeeld trompettisten, willen niet continu hoeven te spelen, zodat ze tussendoor voldoende rust hebben; - Wat is het aantal stemmen per instrumentgroep? En passen deze aantallen stemmen bij het aantal mensen in de sectie?
Bijvoorbeeld: zijn voor een harmonieorkest de klarinetten onderverdeeld in 1e, 2e en 3e of in solo plus 1e, 2e, 3e stem. En hoeveel trompet- en cornetpartijen zijn er? Of voor een symfonieorkest: hebben de altviolen gedivergeerde partijen?
Staan er cues in de partijen? Welke partijen kun je eventueel vervangen tijdens repetities en op het concert? In hoeverre is dit al uitgewerkt in de partituur en/of de partijen? - Voegt ieders partij voldoende toe? Komt elk instrument tot z’n recht? Past dit bij jouw orkest? Dit aspect kan in plaats van per muziekwerk, ook over het hele programma heen bekeken worden;
- Voor welke instrumenten zijn de belangrijkste solo’s?
- Naast deze punten zijn er nog specifieke dingen om op te letten per sectie. Die vind je in de hand-out Partituur lezen van de shortlist. Deze hand-out is per orkestvorm beschikbaar.
Achtergrond bij de noten
“The art of interpretation is not to play what is written.”
- Pablo Casals
Inleiding
Er ligt een nieuw muziekstuk op de lessenaar. Alle orkestleden gaan dit ontdekken. Misschien thuis, maar vooral samen op de repetitie. Hoe klinkt het? Wat is mijn partij in de muziek? En hoe past die in het geheel?De ontdekkingstocht gaat verder dan alleen de muzieknoten. Elk muziekstuk heeft een verhaal. Het is doelbewust gekozen voor een bepaald concert, en heeft een unieke context: het is geschreven met een doel in een bepaalde tijdsperiode, door een componist die iets beleefde en iets wilde uitdrukken.
Als orkestleden begrijpen waarom een stuk is geschreven, voelen ze zich meer verbonden met de muziek. Daarnaast kun je de achtergrondinformatie inzetten om publiek te werven en tijdens het concert meer te betrekken. In dit hoofdstuk bespreken we hoe je de achtergrond van een muziekstuk verkent, om die te delen met je medemusici en je publiek.
Waarom zoek je achtergrondinformatie bij een muziekstuk?
Er zijn een aantal redenen waarom je achtergrondinformatie wil zoeken bij een muziekstuk:
- Je verhoogt het speelplezier, omdat je weet waarom en waarvoor een muziekstuk is geschreven. De muziek krijgt automatisch meer betekenis en gaat meer ‘leven’: het stuk wordt meer dan alleen de zichtbare en hoorbare noten. Daardoor zullen je orkestleden zich er meer verbonden mee voelen;
- Je neemt alle musici al tijdens het repetitieproces mee in de muzikale gedachtegang van de componist. Als je weet waarom, wanneer en met welke levenservaring de componist een muziekstuk heeft geschreven, verhoog je het muzikale begrip. Een muziekwerk bestaat dan uit meer dan alleen de zichtbare en hoorbare noten, waardoor je dit bewuster van alle andere aspecten kan spelen;
- Je maakt duidelijk waarom de muziekcommissie een werk heeft gekozen, en hoe dit past in het concertprogramma. Dat vergroot begrip en wellicht ook acceptatie van de keuze. En dat zorgt er weer voor dat je orkestleden zich de muziek sneller en met meer plezier eigen maken;
- Net zoals de musici zich meer verbonden voelen met een muziekstuk door de context te kennen, geldt dit ook voor het publiek. Wanneer zij de verhalen achter de muziek kennen en begrijpen, verhoog je hun luisterplezier.
Aan de slag
Voor je medemusici
Zoek de achtergrond van het muziekwerk al uit, voorafgaand aan de repetitieperiode, of direct aan het begin daarvan. Informeer de musici van je orkest ook al vroeg in het proces over de achtergrond van het stuk en vertel waarom je een bepaald werk hebt gekozen of waarom je het totale programma hebt samengesteld.
Laat eventueel een van de commissieleden het programma en wellicht ook diverse muziekwerken toelichten. Dit geeft meer betrokkenheid binnen de commissie en maakt de commissie zichtbaar en benaderbaar.
Arrangementen en transcripties
Van een muziekwerk bestaan soms transcripties of arrangementen. Dat zijn verschillende dingen. Wanneer je om praktische redenen een muziekstuk wilt aanpassen, en daarbij zaken als de noten, vorm en lengte zo veel mogelijk intact laat, heet dat een transcriptie. Je kunt bijvoorbeeld een stuk transcriberen voor een ander instrument of voor een kleiner ensemble. Blaasorkesten spelen vaak transcripties van symfonisch repertoire.
Een arrangement is een bewerking van een bestaand stuk muziek. Bijvoorbeeld voor een andere bezetting, een bepaalde gelegenheid of in een andere stijl. Hierbij kan de arrangeur dicht bij het origineel blijven, maar ook het origineel helemaal ombouwen.
Dus: een componist bedenkt en schrijft nieuwe muziekcomposities, een arrangeur werkt met bestaande composities. Omdat de componist soms ook de rol van arrangeur op zich neemt, lopen de werkzaamheden vaak door elkaar.
Voor jouw repertoirekeuze is het interessant om te weten wat de verschillen zijn tussen de transcriptie of het arrangement en het origineel en waarom deze bewerking is gemaakt.
Werven van publiek
Je kunt achtergrondinformatie bij muziekwerken inzetten voor het werven van publiek. Maak bijvoorbeeld gebruik van de actualiteit, of koppel in grotere lijnen iets psychologisch of filosofisch aan een muziekstuk of programma. Meer over de programmakeuze en de connectie met je publiek lees je in het hoofdstuk Concertformule.
Tijdens het concert
Ook tijdens het concert vormt achtergrondinformatie een waardevolle toevoeging. Denk daarbij aan de volgende zaken.
- Voorkom overlap tussen dat wat je in het programmaboekje zet en dat wat de presentator vertelt. Zorg dat die twee bronnen van informatie elkaar aanvullen en versterken;
- Een zelfgeschreven programmatoelichting maakt hem authentiek. Met een eigen schrijfstijl betrek je je publiek bij je orkest;
- Maak het verhaal persoonlijk, bijvoorbeeld door:
- te vertellen waarom het orkest dit speelt;
- een aansprekend verhaal of anekdote over de componist te delen, wellicht in relatie tot het moment waarop dit muziekwerk is geschreven;
- een emotionele, associatieve en verhalende stijl te gebruiken. Ter inspiratie kun je de hand-out Associatieve woordenlijst gebruiken.
Informatiebronnen
Op internet vind je veel informatie over muziekwerken en componisten. Enkele bronnen die je kunt gebruiken zijn:
- Tekst in de partituur;
- Wikipedia, www.wikipedia.org;
- Wind Repetory Project, www.windrep.org;
- Wind Band Literature, andypease.wordpress.com;
- Programmatoelichtingen van Tim Reynish: www.timreynish.com/pdf/programme-notes.pdf.
- Op onze website vind je deze en meer linkjes.
Verdieping en verder lezen
Op onze website vind je verschillende links naar bronnen om achtergrondinformatie op te halen. Ook vind je er verwijzingen naar websites met tips voor het schrijven van aansprekende teksten.
Hoe gebruik je de checklist Achtergrond bij de noten?
De checklist Achtergrond bij de noten kun je informatie afvinken die je over een muziekwerk hebt opgezocht. Uiteraard kun je nog veel meer uitzoeken. Zoek eerst de basisinformatie uit, die is voor zowel je orkestleden als voor het publiek interessant. Het tweede deel van de checklist gaat in op de informatie die je met orkestleden kunt delen om hen te motiveren voor het repeteren van een muziekwerk.
Reflectie
“ Music is enough for a liftetime, but a lifetime is not enough for music.”
- Sergej Rachmaninov
Inleiding
Het concert is achter de rug en iedereen geniet nog na. Nu is het tijd voor de evaluatie. Door stil te staan bij het concert, het programma en het repetitieproces leer je veel voor de toekomst.
Stel jezelf vragen als: Hoe is het concert verlopen? Hoe werd het programma ontvangen door het publiek? Wat vonden de orkestleden van de gekozen muziekwerken? En zijn er aspecten van het repetitieproces of de uitvoering die beter kunnen?
Bij dit hoofdstuk vind je een checklist en handige notitiebladen om de evaluatie gestructureerd aan te pakken. Je kunt antwoorden op de evaluatievragen bij verschillende groepen ophalen: de dirigent, de muziekcommissie en de orkestleden. Vervolgens kun je deze binnen de muziekcommissie bespreken. Als je een jaarplan hebt opgesteld, vergeet dan niet om de conclusie bij het betreffende concert te noteren.
Waarom wil je evalueren en reflecteren?
Er zijn een aantal redenen waarom je wil reflecteren en evalueren:
- Evalueren betekent van elkaar leren! Door de juiste evaluatievragen te stellen, haal je waardevolle informatie op vanuit verschillende perspectieven binnen het orkest. Deze informatie kun je gebruiken bij het samenstellen van een volgend concertprogramma;
- De evaluatie vormt goede input om bij te sturen op je jaarplan en/of je artistieke visie. Ontwikkelt het orkest zich in de juiste richting? Of blijken sommige onderwerpen uit je visie toch anders uit te pakken dan verwacht? Als je nog geen artistieke visie hebt, kun je de evaluatie ook als input gebruiken;
- Evaluatievragen zijn niet alleen handig na het concert, maar ook tijdens het repetitieproces. Aan de hand van de evaluatievragen kom je erachter wat er speelt in het orkest tijdens het repetitieproces. Eventueel kun je het repetitietraject bijsturen of kun je je orkestleden extra informatie geven om bijvoorbeeld begrip voor een bepaalde keuze te vergroten.
Aan de slag
Betrek na afloop van het concert de orkestleden bij je evaluatie. Vergeet niet om de belangrijkste conclusies naar hen terug te koppelen: een evaluatie is leerzaam voor iedereen.
Bedenk dat je niet alle verbeterpunten in een keer of meteen bij het volgende concert al hoeft op te lossen.
Bewaar wat punten voor de toekomst.
Verdieping en verder lezen
Wil je verder lezen over evalueren? In veel managementboeken komt dit onderwerp voorbij. Een bekende methodiek is de Plan-Do-Check-Act-cyclus. Daarover lees je meer op Wikipedia. Daar vind je ook een uitgebreide lijst van nog veel meer evaluatiemethodieken. Een link naar die lijst vind je op onze website.
Hoe gebruik je de vragenlijsten voor reflectie?
De checklist en de notitiebladen bevatten vragen voor verschillende doelgroepen en voor verschillende momenten rondom een concert.
Zo is de checklist Reflectie tijdens het repetitieproces handig om, terwijl jullie nog in voorbereiding zijn op een concert, mee te nemen naar een muziekcommissievergadering om daar te bespreken. Uitvraag bij mede- orkestleden is hiervoor niet nodig.
De notitiebladen Reflectie na afloop van het concert en Concertevaluatie door orkestleden gebruik je na afloop van het concert. De muziekcommissie- en respectievelijk orkestleden vullen deze notitiebladen individueel in. Kies het juiste moment en een manier die past bij je orkest en muziekcommissie om van de leden hun bijdrage te vragen. Op onze website vind je deze notitiebladen ook als printbaar formulier. Je kunt er ook voor kiezen om de vragen te verwerken in een eigen (online) vragenlijst.
Meer informatie
Copyright © 2026 Rijnbrink Musidesk, Deventer
Auteurs: Heleen Huijnen en Joop Boerstoel Redacteur: Huib Kouwenhoven
Eerste druk: januari 2026
Vormgeving en layout: Lilianne Koopmans
Fotografie: Marthe Schilderman, Lenneke Lingemont, Mirjam Hagendijk, Lilian van Rooij, Ester Selten, Viorica Cernica, Markus Mauderer
Druk: Multicopy The Communication Company | Deventer
ISBN: 9789083632100
Deze uitgave is een initiatief van Rijnbrink Musidesk
CC BY-NC 4.0 Naamsvermelding-NietCommericeel
Dit boekje is gepubliceerd onder Creative Commons.
Dit betekent dat als je delen hergebruikt, je de naam van de makers moet vermelden. Het staat hergebruikers toe om het materiaal te delen, reproduceren en aan te passen en erop voort te bouwen in elk medium of formaat. Dit alles uitsluitend voor niet-commerciële doeleinden. Klik hier voor meer informatie over hergebruik.
Tot slot
We hopen dat je dit boekje met plezier hebt gelezen. En dat je met de aangereikte handvatten nieuwe ideeën hebt opgedaan en richting hebt kunnen geven aan het vinden van repertoire. Wellicht heeft het boekje jouw repertoirekeuze makkelijker gemaakt. Uiteindelijk hopen we bovenal dat alles wat je hebt ontdekt leidt tot meer speelplezier op je orkestrepetities!
Voor verder lezen, verdieping en meer informatie verwijzen we je graag naar onze website: www.musidesk.nl/hand-outs.
Daar vind je ook de bronvermeldingen, alle notitiebaden uit dit boekje en aanvullende hand-outs.
Heb je ideeën, inzichten of feedback? Laat dat dan vooral weten via:
We zien je reactie graag tegemoet!
Heleen Huijnen & Joop Boerstoel
Dankwoord
Een boek als Wijs met repertoire kost tijd, zorg en aandacht om te maken. De motivatie daarvoor haalden wij uit de signalen dat er in het werkveld veel behoefte is aan meer kennis over repertoire en concrete handvatten voor de repertoirekeuze.
Over de vraag hoe we het beste in die behoefte konden voorzien, hebben wij vele uren gebrainstormd met Will Veraa en Jan van den Eijnden. Onder de vele creatieve ideeën die dat opleverde, was ook dit boekje Wijs met repertoire. Dat het een voorwoord heeft van Will en Jan maakt voor ons de cirkel rond. Will en Jan, veel dank.
Wij konden dit boekje realiseren dankzij de onophoudelijke aanmoediging door onze collega’s bij Musidesk Rijnbrink. Het boekje was niet zo fantastisch geworden zonder de redactie en de vele aanbevelingen van Huib Kouwenhoven. En het ziet er alleen zo mooi uit door de grote inzet en het inlevingsvermogen van Lilianne Koopmans.
We willen iedereen bedanken die op een of andere manier heeft bijgedragen aan het creatieve proces. Velen hebben mogelijke onderwerpen en verwijzingen naar kennis aangeleverd. Anderen hebben ons geholpen door de eerste versies van de notitiebladen uit te proberen. En weer anderen gaven ons de mogelijkheid om onze ideeën en prototypes aan het publiek te presenteren, dat altijd zeer goed meedacht en ons hielp onze ideeën aan te scherpen.
Ten slotte gaat onze dank uit naar iedereen die tijdens het maakproces enthousiast reageerde als we over dit project vertelden.
Meer weten?
We helpen je graag
06-10561782