Van longlist naar shortlist
“Artistieke vrijheid
Goede componisten wijzen dirigenten de weg om, met hun artistieke vermogen en het creëren van het creatieve beeld dat aan de basis staat van een goede compositie, een verantwoord product te realiseren. De dirigenten krijgen in de samenstelling van hun interpretatie meer dan voldoende artistieke vrijheid.”
- Alex Schillings
Inleiding
Op basis van de voorgaande hoofdstukken, of via een andere weg, heb je inmiddels een helder beeld van de locatie, het publiek, het thema of een andere relatie tussen muziekstukken en de duur van het concert. Nu gaat het om de keuze van de muziekwerken. Hoe stel je een goed lopend programma samen dat aansluit bij de artistieke visie van je vereniging en tegelijkertijd de aandacht van het publiek vasthoudt? En dat bovendien – als kers op de taart – ook nog leuk is om te spelen voor orkestleden?
Misschien heb je al een longlist van muziekwerken samengesteld. Bijvoorbeeld uit eerdere brainstormsessies, of uit suggesties van orkestleden. Misschien ook niet: dan kun je het notitieblad Repertoirewensen uit het hoofdstuk Repertoirekennis opbouwen gebruiken om ideeën en suggesties te verzamelen voor een longlist.
De longlist vormt het vertrekpunt voor dit hoofdstuk en de bijbehorende notitiebladen Van longlist naar shortlist en Partituur lezen van de shortlist.
In dit hoofdstuk gaan we aan de slag met het verfijnen van de longlist, en het selecteren van muziekwerken die passen bij het concert. De notitiebladen van dit hoofdstuk kun je erbij houden als je de muziekwerken luistert voor je daadwerkelijke keuze. Met de bladen uit het hoofdstuk Concertformule houd je overzicht over de werken die jullie al hebben gekozen en hoe die passen in het totale programma.
Waarom wil je notitiebladen gebruiken bij het uitkiezen van muziek?
Er zijn een aantal redenen waarom je een notitieblad wil gebruiken bij het uitkiezen van muziek:
- Met de notitiebladen uit dit hoofdstuk kies je muziekwerken die goed passen bij de al gekozen programmaonderdelen. Tegelijkertijd helpen ze je om je te verplaatsen in je publiek, en te bedenken hoe je de aandacht van bezoekers over het hele programma heen vasthoudt;
- De notitiebladen in dit hoofdstuk helpen je om muziek bewust te kiezen. Door te noteren wat je opmerkt bij het luisteren, onthoud je beter wat je hebt gehoord;
- Ingevulde notitiebladen vormen een mooi startpunt voor de discussie binnen de muziekcommissie over de muziekkeuze. Ze helpen meerdere argumenten op een rij te zetten, op basis waarvan je muziekcommissie kan kiezen;
- Een aantal punten op de notitiebladen gaan in op de speelbaarheid van de muziek. Zo hopen we dat je het speelplezier voor al je orkestleden beter in kunt schatten.
Aan de slag
Starten met luisteren
Voordat je de shortlist kunt samenstellen moet je eerst weten hoe je concert eruit gaat zien en hoe je je totale programma wilt vormgeven. Lees daarom eerst het hoofdstuk Concertformule.
Zodra je gaat luisteren naar de muziekwerken, beluister ieder muziekwerk dan meer dan één keer. Als dat kan, zoek dan ook verschillende uitvoeringen op van een compositie en verschillende arrangementen.
Naast het luisteren, kun je ook informatie halen uit de partituur. Zie daarvoor het notitieblad Partituur lezen van de shortlist.
Basisinformatie en inspiratie
Zoek je meer informatie over en inspiratie voor muziek voor blaasorkesten, kijk dan eens op deze websites:
- Wind Repertory Project: www.windrep.org;
- Musicainfo: www.musicainfo.net (let op: voor een deel van de site heb je
- een abonnement nodig);
- Musideskcatalogus: www.musidesk.nl.
- Basisinformatie over veel symfonisch repertoire vind je in het boek Daniels’ Orchestral Music of in de onlineversie. Je kunt hierin zoeken op kenmerken van het muziekwerk, zoals bezetting, tijdsduur of titel. Maar ook op kenmerken van de componist, zoals land van herkomst, jubileumjaar of bijvoorbeeld vrouwelijke componisten.
- Online kun je op de volgende websites informatie vinden:
- FASO-catalogus: www.faso.eu/catalogus;
- Petrucci Music Library: www.imslp.org (voor bladmuziek uit het publiek domein).
- Tip: Op onze website vind je klikbare links naar alle websites die we hierboven noemen!
Bezetting
Belangrijke informatie over het muziekwerk is de ideale bezetting. Voor blaasorkesten kijk je daarvoor het beste in de partituur. Er is geen standaardwijze voor blaasorkesten om de bezetting aan te geven.
Voor symfonische werken wordt de bezetting met een standaardcode aangegeven. Deze staat ook vermeld op de FASO-website of in het boek Daniel’s Orchestra.
De code ziet er als volgt uit:
xxxx – xxxx – xx – overig – str.
Waarbij de volgorde van de secties hetzelfde is als in de partituur:
hout – koper – slagwerk – overig – strijkers
Daarbinnen staan de instrumenten van hoog naar laag:
fluit, hobo, klarinet, fagot – hoorn, trompet, trombone, bas – pauken, slagwerk – strijkers
Een voorbeeld is:
22(Eh)22(cbn) – 4231 – 13 – harp piano - str.
Dit betekent dan:
- Houtblazers: Fluit 2, Hobo 2, Althobo 1, Klarinet 2, Fagot 2, Contrafagot 1
- Koperblazers: Hoorn 4, Trompet 2, Trombone 3, Tuba 1
- Pauken: 1, Slagwerk: 3
- Overig: Harp, Piano
- Strijkers
Niveau-aanduiding
Voor blaasorkesten vind je de niveau-aanduiding onder andere op de website van het Repertoire Informatie Centrum en in de Musidesk-catalogus.
DIV1 = moeilijk; DIV5 = eenvoudig
Uitgeverijen hanteren elk een eigen systeem van graad- of niveau-aanduidingen
Graad 6 = moeilijk; graad 1 = eenvoudig
Deze aanduidingen zijn onderling niet per se vergelijkbaar. Zie voor meer informatie de hand-out Niveau-aanduiding blaasmuziek.
Energie en emotie
Naast alle praktische informatie over een muziekstuk die we in dit hoofdstuk bespreken, zijn ook zachtere gegevens zoals de energie en emotie relevant.
Zowel binnen het muziekstuk als tijdens een concert ontwikkelen de energie en emotie zich. Je kunt je de ontwikkeling van de energie voorstellen in eenvoudige figuren, zoals hiernaast. Natuurlijk zijn er meer vormen mogelijk. Gebruik je fantasie! De emotie van een muziekwerk kun je bijvoorbeeld weergeven met donker en licht of met kleuren.
Als je het energieverloop over het hele programma heen wilt visualiseren, zet je alle vormen onder elkaar. Zie de figuur hiernaast.

Figuur Energieverloop over een concert heen In dit figuur wordt aangegeven hoe het energieverloop over een concert heen is.
De muziekwerken zijn achtereenvolgens: Groots begin, klein einde + Groot begin, midden rustig en einde groots + Kleine start, groots einde + Pauze + Gelijkmatig licht werk + Lang stuk met langzaam energieverloop + Groots slot.
Verdieping en verder lezen
De boekenreeks ‘Teaching Music through Performance’ besteedt aandacht aan verschillende thema’s rondom repertoire. Onderwerpen als orkestscholing, solisten en jeugd komen hierin aan bod. Ieder boek geeft veel informatie over het betreffende thema en analyses van bijbehorende muziekwerken.
Hoe gebruik je het notitieblad Van longlist naar shortlist?
Dit notitieblad helpt je om muziekwerken te kiezen die bij het concert, je orkest en je publiek passen.
Praktisch
Praktische informatie, zoals de titel van het muziekstuk, de componist en de eventuele arrangeur.
Energie en emotie
Wat is het verloop gedurende het concert van de energie en eventueel ook de emotie? Gedurende elk concert is er een ontwikkeling van de energie waarbij die telkens toe- of afneemt.
Dit kun je met eenvoudige figuren weergeven, zoals in de figuur hiernaast wordt weergegeven. Emotie kun je naar eigen fantasie visualiseren met kleur of donker en licht.
Hoe past dit muziekwerk bij je orkest?
Wat is de duur van het muziekstuk? Kan je orkest dit aan qua conditie en concentratie? Wat is de gegeven graad- of niveau-aanduiding en ben je het daarmee eens? En hoe past dat niveau bij het niveau van je orkest?
Ook is er ruimte om aan te geven welke (belangrijke) solo’s er in het muziekwerk voorkomen. Passen die solo’s bij je orkest? Wil je iemand laten stralen? Of wil je iemand de kans geven een mooie solo te spelen?
Voor het publiek
Hoe zal dit werk voor het publiek zijn? Is het veeleisend of juist toegankelijk? Is het levendig of juist rustig? Bedenk hierbij dat het orkest een werk meerdere keren speelt, maar dat het publiek het op het concert maar één keer hoort. Verplaats je in hen en vraag jezelf af hoe dat zal zijn. Ligt het makkelijk in het gehoor of juist niet? Bedenk ook dat sommige werken bij het publiek juist heel goed bekend zijn. Bezoekers zullen de uitvoering van zo’n muziekwerk dan ook anders beoordelen. Hierbij kun je je afvragen hoe dat voelt voor het orkest.
Waarom deze muziek?
Waarom wil je dit muziekstuk gaan spelen? In welke categorie(ën) valt dit werk? Mijn orkest speelt dit werk als:
- hoeksteen: het basiswerk waar we de rest van het programma bij kiezen;
- entertainment voor het publiek: een aangename verpozing voor het publiek;
- repertoireverrijking: dit geeft de orkestleden de mogelijkheid om dit werk te leren kennen en daarmee hun kennis van de muzikale literatuur te verrijken;
- speelplezier voor de orkestleden: een ontzettend leuk werk om te spelen;
- orkestontwikkeling: een werk waarmee je aan specifieke dingen kunt werken, dus sterke punten verder uitbouwen of zwakke punten ontwikkelen;
- prestigestuk: een werk waarmee je kunt laten zien wat je orkest kan;
- ankerpunt: een goed begin- of eindpunt van het concert, of het laatste stuk voor of eerste stuk na de pauze;
- complementerend werk: een werk wat het programma compleet maakt – soms heb je nu eenmaal iets nodig om de nog beschikbare concerttijd op een prettige manier op te vullen.
Andere arrangementen
Kun je dit muziekwerk ook beluisteren in een andere instrumentatie, bezetting of transcriptie of juist in de originele versie? Is er bij “oude muziek” een uitvoering in authentieke instrumenten? Wat vind je van deze uitvoeringen in relatie tot je eigen orkest? En in relatie tot het eventuele arrangement dat je met jouw orkest wilt gaan spelen?
Hoe gebruik je het notitieblad Partituur lezen van de shortlist?
Bepaalde informatie over een muziekstuk kun je alleen uit de partituur halen. Dit notitieblad kun je daarom gebruiken als aanvulling op wat je al over een muziekwerk weet, door het te luisteren en erover te lezen in andere bronnen, zoals boeken en internet.
Bekijk eerst de partituur aan de hand van de checklist Partituur lezen uit het hoofdstuk Partituur lezen en instrumentenkennis, en ga daarna verder met de vragen op dit notitieblad. Het is oké als je dit blad niet helemaal invult. Ook als je delen gebruikt, leer je veel uit de partituur en haal je extra informatie op.
De vragen zijn in drie categorieën opgedeeld. Je kijkt naar de compositorische elementen voor de moeilijkheidsgraad en naar een tweetal checklists om de partituur zowel op orkestniveau als per sectie na te kunnen lopen. Het is handig om de volgende hand-outs erbij te houden als je de partituur op deze punten doorneemt:
- Hand-out Basislayout van de partituur;
- Hand-out Instrumentenkennis;
- Hand-out Aandachtspunten partijen.
- Al deze hand-outs vind je, per orkestsoort, op onze website.
Praktisch
Vul hier alle basisgegevens in die je kent over het muziekstuk. Bestaat een muziekwerk uit meerdere delen, dan kun je ervoor kiezen om het notitieblad per deel of voor een deel naar keuze in te vullen.
Compositorische elementen en moeilijkheidsgraad
Deze elementen bekijk je om begrip te krijgen voor de moeilijkheidsgraad van het muziekwerk. Hiervoor kun je de volgende punten nalopen.
- Bekijk de maatsoort in combinatie met de tempo-aanduiding en de notenwaarde.
Anders gezegd: je bekijkt de maatsoort en het tempo. Vervolgens kijk je hoe snel of langzaam de noten binnen de maten gespeeld moeten worden. Hele snelle noten zijn technisch lastig, voor hele langzame noten is de toonvorming moeilijk.
Vergelijk de notenvoorbeelden 1a en 1b;
- Wat is het aantal voortekens? Zijn dit er veel of weinig? Welke toonsoorten (of wisseling van voortekens) komen zichtbaar voor?
- Prominente ritmische bouwstenen: komen bepaalde ritmische bouwstenen vaak voor? Zie de notenvoorbeelden 2a, 2b en 2c;
- De transparantie van de partituur: spelen orkestleden veel samen of zijn veel stukken solistisch of in kleine bezetting?
- Zijn de partijen voor de betreffende instrumenten geschreven in het speelbare bereik? Dit kun je per sectie nalopen. Informatie over de instrumenten en hun omvang vind je in de hand-out Instrumentenkennis.
AFBEELDING ALT:

Notenvoorbeeld 1a: Serenade in Bes van Mozart (Maat 4-5)

Notenvoorbeeld 1b: Ruslan en Ludmilla van Glinka (maat 1-8)

Notenvoorbeeld 2a: Divertimento van Waespi (maat 177-179)

Notenvoorbeeld 2b: I'm in the band van eastman (maat 117-120)

Notenvoorbeeld 2c: Overture Carnegie Hall van Wittrock (maat 9-12)
Checklist orkestniveau
Loop de checklist af en noteer puntsgewijs de belangrijkste aandachtspunten.
- Wat is de bezetting? Voorin de partituur staat vaak een instrumentatielijst. Let hier zeker bij nieuwe werken goed op. Past de bezetting bij jouw orkest? Welke extra instrumenten zijn er nodig?
- Vraagt de muziek een bijzondere opstelling van (delen van) het orkest?
- Heb je bijzondere instrumenten of accessoires nodig voor speciale effecten?
- Aan de bladspiegel zie je wanneer orkestleden of groepen iets te spelen hebben. Is dit een evenwichtige verdeling over het hele stuk heen, of juist niet? Past dit bij de wensen van je orkest? Deze vraag geldt niet alleen per muziekstuk maar ook over het hele programma heen;
- Kijk bij harmoniepartijen altijd of alle Europese partijen aanwezig zijn (met name voor euphonium in B♭, E♭ Bas en B♭ Bas). Incidenteel zijn de trompetpartijen in C geschreven. Zorg dan dat je deze ook in bes verkrijgt.
Checklist sectieniveau
De tweede checklist is op sectieniveau, al dan niet in relatie tot de andere partijen. Ook hiervoor noteer je alleen puntsgewijs de belangrijkste aandachtspunten.
- Heeft iedereen voldoende te spelen?
Maar let op: bepaalde koperblazers, bijvoorbeeld trompettisten, willen niet continu hoeven te spelen, zodat ze tussendoor voldoende rust hebben;
- Wat is het aantal stemmen per instrumentgroep? En passen deze aantallen stemmen bij het aantal mensen in de sectie?
Bijvoorbeeld: zijn voor een harmonieorkest de klarinetten onderverdeeld in 1e, 2e en 3e of in solo plus 1e, 2e, 3e stem. En hoeveel trompet- en cornetpartijen zijn er? Of voor een symfonieorkest: hebben de altviolen gedivergeerde partijen?
Staan er cues in de partijen? Welke partijen kun je eventueel vervangen tijdens repetities en op het concert? In hoeverre is dit al uitgewerkt in de partituur en/of de partijen?
- Voegt ieders partij voldoende toe? Komt elk instrument tot z’n recht? Past dit bij jouw orkest? Dit aspect kan in plaats van per muziekwerk, ook over het hele programma heen bekeken worden;
- Voor welke instrumenten zijn de belangrijkste solo’s?
- Naast deze punten zijn er nog specifieke dingen om op te letten per sectie. Die vind je in de hand-out Partituur lezen van de shortlist. Deze hand-out is per orkestvorm beschikbaar.